**1..** Met inachtneming van het gestelde in het tweede lid, wordt de
seniorenarbeidsduur van de ambtenaar van 60 jaar en ouder,
die:
een aanstelling heeft van tenminste 14,4 uur per week,
en;
een ononderbroken diensttijd heeft van tenminste tien
jaren die direct voorafgaat aan de ingangsdatum van de
vermindering van de seniorenarbeidsduur, waarbij een
onderbreking van twee maanden of minder niet als een
onderbreking wordt aangemerkt;
op verzoek van de ambtenaar dan wel op verzoek van het college,
met de helft teruggebracht met behoud van de formele arbeidsduur
en onder doorbetaling van 95% van de bezoldiging. De bezoldiging
wordt voor 95% doorbetaald tot de eerste dag van de maand
volgend op die waarin de ambtenaar de leeftijd van 61 jaar heeft
bereikt; van de ambtenaar die bij het bereiken van de leeftijd
van 61 jaar geen gebruikmaakt van de FPU-regeling om uit te
treden, wordt, met ingang van de eerste dag van de maand volgend
op die waarin de ambtenaar de leeftijd van 61 jaar heeft
bereikt, de bezoldiging voor 50% doorbetaald; van de ambtenaar
die op of na het bereiken van de leeftijd van 61 jaar
gebruikmaakt van de FPU-regeling om gedeeltelijk uit te treden
tot een maximum van 50% van de oorspronkelijke formele
arbeidsduur, blijft de omvang van de verminderde
seniorenarbeidsduur gehandhaafd op 50%. De bezoldiging wordt
voor 50% van de bezoldiging zoals die voor hem gold voordat hij
gebruik ging maken van de FPU, doorbetaald; van de ambtenaar die
op of na het bereiken van de leeftijd van 61 jaar gebruikmaakt
van de FPU-regeling om gedeeltelijk uit te treden voor meer dan
50% van de oorspronkelijke formele arbeidsduur, worden de
formele arbeidsduur, de seniorenarbeidsduur en de bezoldiging
zoals die voor hem golden voordat hij gebruik ging maken van de
FPU, met eenzelfde percentage aangepast. Het verzoek van de
ambtenaar kan slechts worden geweigerd indien naar het oordeel
van het college sprake is van een organisatorisch belang. De
ambtenaar heeft te allen tijde het recht op grond van hem
moverende redenen het verzoek van het college te weigeren.
**2..** Ten aanzien van de ambtenaar waarvan de
seniorenarbeidsduur reedsmet een vijfde is teruggebracht
ingevolge het bepaalde in artikel 5:1, eerste lid, is
het bepaalde in het eerste lid van overeenkomstige
toepassing, met dien verstande dat voor "95%" gelezen
dient te worden: 82,5%. De seniorenarbeidsduur van de
ambtenaar, die reeds met een vijfde deel is
teruggebracht op grond van het bepaalde in artikel 5:1,
eerste lid, wordt tot de helft teruggebracht, uitgaande
van de omvang van de aanstelling, zoals die gold op de
dag voorafgaand aan de ingangsdatum van de vermindering
van de seniorenarbeidsduur ingevolge artikel 5:1.
Ten aanzien van de ambtenaar, waarvan de
seniorenarbeidsduur voor 1 april 1996 is teruggebracht
ingevolge het bepaalde in artikel 5:1, eerste lid, geldt
dat deze ambtenaar tot 1 mei 1996 kan verzoeken om in
aanmerking te komen voor de 60-jarigenregeling. Indien
het verzoek tot vermindering van de seniorenarbeidsduur
is ingewilligd, wordt de doorbetaling van de bezoldiging
met ingang van 1 mei 1996 teruggebracht tot 90%. Het
bepaalde in het eerste lid is van overeenkomstige
toepassing, met dien verstande dat voor "95%" gelezen
dient te worden: 82,5%.
**3..** Onder diensttijd als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan de
diensttijd als omschreven in artikel 5:1, tweede lid.
**4..** Bij de vaststelling van de feitelijke arbeidsduur per week wordt
uitgegaan van de met de helft teruggebrachte seniorenarbeidsduur
per week.
**5..** Wanneer de betrokkene inkomsten geniet of gaat genieten uit of
in verband met arbeid, waaronder mede wordt verstaan een
uitkering krachtens de WAJONG of de WAZ, of bedrijf, ter hand
genomen op of na de dag waarop de seniorenarbeidsduur met de
helft is teruggebracht dan wel schriftelijk is medegedeeld dat
het verzoek tot het terugbrengen van de seniorenarbeidsduur,
bedoeld in het eerste of tweede lid, is ingewilligd, worden die
inkomsten in mindering gebracht op de door te betalen
bezoldiging over de maand waarop deze inkomsten betrekking
hebben of geacht kunnen worden betrekking te hebben met dien
verstande dat het percentage van de door te betalen bezoldiging
na vermindering nooit minder bedraagt dan 50.Onder inkomsten
bedoeld in de vorige volzin, wordt niet begrepen een uitkering
op grond van de FPU-regeling.
**6..** Het vijfde lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van
inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand
genomen gedurende vakantie, verlof of non-activiteit
onmiddellijk voorafgaande aan de vermindering van de
seniorenarbeidsduur.
**7..** Wanneer de betrokkene op of na de dag, bedoeld in het vjifde
lid, inkomsten of hogere inkomsten verkrijgt uit arbeid of
bedrijf, ter hand genomen voor evenbedoelde dag, is ten aanzien
van die inkomsten of hogere inkomsten het bepaalde in het vijfde
lid van overeenkomstige toepassing. De hier bedoelde
vermindering vindt echter niet plaats, indien de inkomsten of
hogere inkomsten het gevolg zijn van algemene loonsverhogingen
of indien de betrokkene aannemelijk maakt dat die inkomsten niet
het gevolg zijn van verhoogde werkzaamheid of van andere
oorzaken, verbandhoudende met de vermindering van de
werktijd.
**8..** De betrokkene doet van het ter hand nemen van arbeid of bedrijf
op of na de dag waarop de seniorenarbeidsduur is verminderd of
schriftelijk is medegedeeld dat het verzoek tot terugbrengen van
de seniorenarbeidsduur, bedoeld in het eerste of tweede lid, is
ingewilligd, terstond mededeling aan het college of aan een door
het college aan te wijzen ambtenaar. Daarbij doet hij, voor
zover mogelijk, opgave van de inkomsten die hij uit die arbeid
of dat bedrijf zal verkrijgen. Tijdelijke of blijvende
wijzigingen in alle evengenoemde bedragen geeft hij tijdig op
voor het verschijnen van de eerstvolgende
bezoldigingstermijn.
**9..** Indien de in het vijfde tot en met zevende lid bedoelde bedragen
niet vooraf door de betrokkene zijn op te geven, doet hij voor
het verschijnen van elke bezoldigingstermijn opgave van hetgeen
hij sedert het ter hand nemen van de arbeid of het bedrijf dan
wel sedert de vorige opgave heeft verkregen. Brengt de aard van
de arbeid of het bedrijf, ter beoordeling van het college, mede
dat de inkomsten over een langere termijn moeten worden
berekend, welke echter niet langer dan eenjaar mag zijn, dan
geschiedt de opgave dienovereenkomstig en wordt het bedrag van
de vermindering voorlopig vastgesteld onder voorbehoud van
verrekening aan het einde van evenbedoelde termijn.
**10..** Bij de vaststelling van het bedrag van de vermindering kan van
een opgave als bedoeld in het achtste lid worden afgeweken.
**11..** Het in het zevende en achtste lid bepaalde vindt overeenkomstige
toepassing ten aanzien van arbeid of bedrijf en de inkomsten
daaruit, bedoeld in het vijfde en zesde lid.
**12..** Door het aanvaarden van de vermindering van de
seniorenarbeidsduur wordt de betrokkene geacht er in toe te
stemmen, dat zij die naar het oordeel van het college daarvoor
in aanmerking komen alle voor de uitvoering van dit artikel
noodzakelijke inlichtingen geven.
**13..** Indien de betrokkene één of meerdere verplichtingen als bedoeld
in het zevende en achtste lid niet nakomt, kan het college de
doorbetaling van de bezoldiging tijdelijk of definitief op een
lager percentage stellen, met dien verstande dat het aldus
vastgestelde percentage nooit minder dan 50 kan bedragen.
**14..** Het verzoek voor het terugbrengen van de seniorenarbeidsduur
moet minimaal drie maanden voor aanvang van de vermindering
worden ingediend.