**1..** De doorbetaling van de bezoldiging, bedoeld in artikel 7:3,
wordt gestaakt, indien en voor zolang de ambtenaar:
weigert de in artikel 7:12 neergelegde verplichting
tot het verlenen van medewerking aan een door of
vanwege de arbo-dienst in te stellen medische
onderzoek na te komen;
blijkens het in artikel 7:12 bedoelde onderzoek ten
onrechte heeft nagelaten zich onder geneeskundige
behandeling te stellen ofte blijven stellen;
blijkens het in artikel 7:12 bedoelde onderzoek de
voorschriften van de behandelende arts niet opvolgt,
met uitzondering van voorschriften om mee te werken
aan een ingreep van heelkundige aard;
zich blijkens het in artikel 7:12 bedoelde onderzoek
schuldig maakt aan gedragingen waardoor zijn
genezing wordt belemmerd of vertraagd;
er de oorzaak van is dat het
arbeidsgezondheidskundig onderzoek door een door de
arbo-dienst aangewezen arts niet kan
plaatshebben;
tijdens de ongeschiktheid tot het verrichten van
zijn arbeid wegens ziekte arbeid voor zichzelf of
voor derden verricht, tenzij dit door de arbo-dienst
in het belang van zijn genezing wenselijk wordt
geacht en het college daartoe toestemming heeft
verleend;
weigert mededeling te doen van inkomsten uit arbeid,
die hij heeft in verband met het verrichten van door
de arbo-dienst in het belang van zijn genezing
wenselijk geachte arbeid voor zichzelf of
derden;
zijn arbeid verzuimt te hervatten op het door de
arbo-dienst bepaalde tijdstip en in de door deze
dienst bepaalde mate, indien zulks hem is
opgedragen, tenzij hij daarvoor een door de
arbo-dienst als geldig erkende reden heeft
opgegeven;
weigert om - op verzoek van het college - informatie
te verstrekken die noodzakelijk is voor de
uitvoering van dit hoofdstuk.
**2..** De doorbetaling van de bezoldiging vindt wel plaats indien
de ambtenaar op grond van zijn geestelijke toestand geen
verwijt kan worden gemaakt van het gedrag, genoemd in het
eerste lid.