1.De raad beslist in de eerstvolgende vergadering na het ad vies van de voorzitter als
bedoeld artikel 6, eerste lid over de behandeling van het initiatief, met dien verstande
dat tenminste twee weken is gelegen tussen de dag waarop het advies van de voorzitter is
ontvangen en de dag van de vergadering waarin de raad op het verzoek beslist.
2. Indien de raad besluit het initiatief in behandeling te nemen, legt hij het
initiatief vervolgens om preadvies voor aan het college en stelt daarbij tevens vast in
welke raadsvergadering besluitvorming over het burgerinitiatief (en het preadvies
daarover van het college) plaats zal vinden.
3. Beraadslaging en besluitvorming in de raad vindt in ieder geval plaats binnen tien
weken nadat de raad heeft besloten om het burgerinitiatief in behandeling te nemen. Deze
termijn kan ten hoogste met vier weken worden verlengd.
4. Een burgerinitiatief dat ingediend wordt in de maanden juli of augustus wordt
geacht te zijn binnengekomen op de eerste werkdag na het eind van het reces van de raad.
5. De voorzitter van de raad nodigt de initiatiefnemer schriftelijk uit voor de
vergadering waarin het burgerinitiatief wordt behandeld. De initiatiefnemer of zijn
plaatsvervanger heeft tijdens deze vergadering de gelegenheid om zijn burgerinitiatief
mondeling toe te lichten.
6. Het in het eerste lid van dit artikel gestelde is van overeenkomstige toepassing op
de behandeling van het initiatief in de raadscommissie.
7. Zo spoedig mogelijk nadat de raad over het burgerinitiatief een besluit heeft
genomen, wordt dit besluit bekendgemaakt door kennisgeving van het besluit of van de
zakelijke inhoud ervan in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of
huis-aan-huisblad, dan wel op een andere geschikte wijze.
8. Tegelijkertijd met de bekendmaking wordt van het besluit mededeling gedaan aan de
initiatiefnemer.
9. De initiatiefnemer wordt daarna ingelicht over de vervolgstappen inzake de
uitwerking van het burgerinitiatief.