Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.4

Persoonsgebonden budget

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente IJsselstein 2007

1.. Op het persoonsgebonden budget, zoals genoemd in de artikelen 6 lid 1 en 6a van de wet, zijn de volgende voorwaarden van toepassing: een persoonsgebonden budget wordt alleen verstrekt ten aanzien van individuele voorzieningen; de omvang van het persoonsgebonden budget is de tegenwaarde van de in de betreffende situatie goedkoopst-adequaat te verstrekken voorziening in natura; het persoonsgebonden budget wordt, indien noodzakelijk, aangevuld met een vergoeding voor de instandhoudingskosten; de wijze waarop een persoonsgebonden budget wordt vastgesteld, wordt door het college vastgelegd in het Besluit maatschappelijke ondersteuning. De wijze van berekenen van de tegenwaarde en de eventuele aanvullende vergoeding, zoals bedoeld onder b,, komen daarin ook tot uitdrukking. 2.. De toekenning van het te verstrekken persoonsgebonden budget, de omvang en de eventuele looptijd ervan worden bij beschikking vastgesteld. 3.. Onderdeel van de beschikking is een programma van eisen, waarin is aangegeven aan welke vereisten de met het persoonsgebonden budget aan te schaffen voorziening dient te voldoen. 4.. Na de verzending van de beschikking wordt het persoonsgebonden budget ter beschikking gesteld door storting op de rekening van de aanvrager. 5.. Het college gaat steekproefsgewijs na of de verstrekte persoonsgebonden budgetten zijn besteed aan het doel waarvoor deze zijn verstrekt. De budgethouder is verplicht de daarvoor benodigde stukken, zoals genoemd in het Besluit maatschappelijke ondersteuning, op verzoek van het college binnen vier weken nadat het college hierom verzoekt te verstrekken.

Rechtspraak bij dit artikel