Het college informeert de raad door middel van tussentijdse
rapportages over de realisatie van de begroting van de
gemeente.
De inrichting van de tussentijdse rapportages sluit aan bij
de programma-indeling van de begroting.
De rapportages gaan in op afwijkingen, zowel wat betreft de
lasten (input), de geleverde goederen en diensten (output)
en indien daar aanleiding voor is de maatschappelijke
effecten (outcome). In de rapportages wordt in ieder geval
aandacht besteed aan afwijkingen van:
inkomsten uit de algemene uitkering
gemeentefonds;
de renteontwikkeling op de kapitaalmarkt;
resultaten uit grondexploitatie.
Indien de rapportage aangeeft dat het lopende
begrotingssaldo negatief wordt, doet het college voorstellen
aan de raad om de (dreigende) overschrijding te voorkomen
via bijsturingsmaatregelen.
Het college informeert vooraf de raad en neemt pas een
besluit nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn
wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen
voorzover het betreft niet bij begroting vastgestelde
afzonderlijke verplichtingen inzake:
investeringen en projecten groter dan € 10.000;
aankoop en verkoop van goederen en diensten groter
dan € 10.000;
het verstrekken van leningen, waarborgen en
garanties groter dan € 10.000.
Het college informeert vooraf de raad en neemt pas een
besluit nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn
wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen
indien het college nieuwe meerjarige verplichtingen aangaat
waarvan de jaarlijkse lasten groter zijn dan € 10.000.
Bij investeringen en projecten van meer dan € 100.000 legt
het college tevens een onderbouwde kredietaanvraag ter
goedkeuring voor aan de raad.
Hoofdstuk 1. › Paragraaf
Artikel 7.