1. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven,
hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand, de Algemene wet bestuursrecht of de overige in deze verordening aangehaalde wetten.
2. In deze verordening wordt verstaan onder:
de wet : de Wet werk en bijstand, (WWB);
het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente
Rijswijk;
de gemeenteraad : de gemeenteraad van de gemeente Rijswijk;
uitkeringsgerechtigde : persoon aan wie bijstand wordt verleend voor de algemeen
noodzakelijke kosten van het bestaan, op grond van de Wet werk en bijstand;
inburgeringsplichtige: persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b van de Wet
inburgering en die tevens kan worden aangemerkt als een persoon
als is omschreven onder artikel 1:1 tweede lid, onderdeel d van
deze verordening;
afstemming: het verlagen van de bijstand op grond van artikel 18 tweede lid van
de wet met een bepaalde omvang voor een bepaalde in duur gelimiteerde periode;
g.zeer ernstige misdragingen : het op een dusdanige wijze benaderen of bejegenen van het
college, dan wel van personen die in opdracht van het college de wet uitvoeren, dat deze zich op een fysieke of psychische wijze, dan wel een combinatie van beide, bedreigd voelen;
h. trajectovereenkomst : een tussen belanghebbende en het college gesloten
overeenkomst waarin in ieder geval is opgenomen de wijze en de voorwaarden waarop de arbeidsinschakeling zal worden gerealiseerd;
i. trajectactiviteiten : de door het college noodzakelijk geachte activiteiten, die de
belanghebbende in het kader van de arbeidsinpassing dient
te verrichten;