De verwijtbare gedragingen worden onderscheiden in vijf categorieën:
a. Eerste categorie: Het zich niet als werkzoekende laten inschrijven bij het CWI, of deze
inschrijving niet of niet tijdig verlengen.
b. Tweede categorie: 1 Het niet of onvoldoende, op verzoek of uit eigen beweging, melden van alle
feiten en omstandigheden, waarvan het belanghebbende redelijkerwijs
duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op de arbeidsinschakeling;
2 Het niet ondertekenen en/of het niet retourneren van een trajectovereenkomst;
3 Het niet of in onvoldoende mate voldoen aan de op grond van artikel 55 van
de wet, aan het recht op bijstand verbonden nadere verplichtingen.
c. Derde categorie: 1 Het niet of in onvoldoende mate naar vermogen trachten algemeen
geaccepteerde arbeid te verkrijgen of te aanvaarden;
2 Het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de
mogelijkheden tot arbeidsinschakeling dan wel aan een onderzoek naar de geschiktheid voor scholing of opleiding;
3 Het niet dan wel niet tijdig voldoen aan een oproep om, in verband met de
inschakeling in de arbeid, op een aangegeven plaats en tijd te verschijnen.
4 Het door de inburgeringsplichtige niet dan wel niet tijdig voldoen aan een
oproep om gegevens te verstrekken en die medewerking te verlenen die
voor diens inburgeringsplicht van belang zijn.
d. Vierde categorie: 1 Het niet dan wel in onvoldoende mate meewerken aan een traject gericht op
een voor de inschakeling in de arbeid noodzakelijk geachte scholing of opleiding, dan wel aan andere aangewezen activiteiten die de zelfstandige bestaansvoorziening bevorderen;
2 Het weigeren van een passend aanbod voor kinderopvang, dat noodzakelijk
is voor de deelname aan het traject gericht op arbeidsinschakeling, waaronder mede begrepen wordt inburgering als onderdeel van de arbeidsinschakeling;
3 Het in strijd handelen door de inburgeringsplichtige met artikel 23, eerste lid,
van de Wet inburgering of de krachtens artikel 23, derde lid, gestelde regels
van de Wet inburgering
4 Het niet naleven van de uit artikel 7, eerste lid, van de Wet inburgering
voortvloeiende verplichting door de inburgeringsplichtige tot het verwerven
van mondelinge en schriftelijke vaardigheden van de Nederlandse taal en
kennis van de Nederlandse samenleving binnen de in de Wet inburgering
vastgestelde periode.
e . Vijfde categorie: 1 Het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid, waaronder
begrepen deeltijdarbeid;
2 Het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid,waaronder begrepen deeltijdarbeid;
3 Het door eigen toedoen niet behouden van een dienstbetrekking in de zin
van hoofdstuk 2 of 3 van de Wsw, waaronder begrepen deeltijdarbeid;
4 Het niet of in onvoldoende mate gebruikmaken van een door het college
aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel
9, eerste lid, onderdeel b, en artikel 10, eerste lid, van de wet, waaronder
begrepen wordt het weigeren mee te werken aan of gebruik te maken van
“Work First” of elk ander, thans of in de toekomst onder een andere naam
door het college aangeboden traject, gericht op arbeidsinschakeling.
5 Het door de inburgeringsplichtige niet behalen van het inburgeringsexamen
binnen de bij of krachtens de artikelen 32 en 33 van de Wet inburgering gestelde termijnen.
HOOFDSTUK 2:
Artikel 2:3
– Indeling in categorieën – Bij verwijtbaar gedrag in relatie tot de arbeidsinschakeling
Onderdeel van Afstemmingsverordening 2009