1. Het college kan afwijken van de in artikel 2:6, eerste en tweede lid genoemde percentages en duur van de afstemming indien het gestelde in artikel 2:1, derde lid, daartoe aanleiding geeft of indien er sprake is van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan dat niet nader is omschreven in de artikelen 2:3 of 2:4.
2. Onder een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan wordt begrepen elke verwijtbare gedraging die leidt of heeft geleid tot een verwijtbaar beroep op bijstandsverlening.
HOOFDSTUK 2:
Artikel 2:7
–Afwijking van de standaard afstemming
Onderdeel van Afstemmingsverordening 2009