**1..** Onverminderd artikel 2, tweede lid van deze verordening, wordt de
maatregel die hoort bij een verwijtbare gedraging als bedoeld in
artikel 6 als volgt vastgesteld:
Bij gedragingen van de eerste categorie op € 100,00
gedurende 1 maand;
Bij gedragingen van de tweede categorie op € 200,00
gedurende 1 maand;
Bij gedragingen van de derde categorie op € 400,00 gedurende
1 maand;
Bij gedragingen van de vierde categorie: op 100% van de
uitkeringsnorm gedurende één maand met dien verstande dat
bij:
- beëindiging van een dienstbetrekking als bedoeld in de
vierde categorie onder a, en b, of
- het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid als
bedoeld in de vierde categorie onder c, of
- het door eigen toedoen niet verkrijgen van algemeen
geaccepteerde arbeid als bedoeld in de vierde categorie
onder d, waarbij belanghebbende een netto inkomen uit of in
verband met arbeid zou hebben kunnen verwerven, dat minder
bedraagt dan de helft van de van toepassing zijnde
uitkeringsnorm, de hoogte van de maatregel wordt vastgesteld
op het bedrag van het verloren of niet verkregen netto
inkomen uit of in verband met arbeid gedurende één
maand.
**2..** In afwijking van het eerste lid kan van het opleggen van een
maatregel worden afgezien en worden volstaan met het geven van een
schriftelijke waarschuwing, tenzij het niet of niet behoorlijk
nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van een
jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder een schriftelijke
waarschuwing is gegeven.
Hoofdstuk 2
Artikel 7.
Hoogte en duur van de maatregel
Onderdeel van Maatregelen- en handhavingsverordening IOAW en IOAZ 2010 gemeente Etten-Leur.