Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 7.

Hoogte en duur van de maatregel

Onderdeel van Maatregelen- en handhavingsverordening IOAW en IOAZ 2010 gemeente Etten-Leur.

1.. Onverminderd artikel 2, tweede lid van deze verordening, wordt de maatregel die hoort bij een verwijtbare gedraging als bedoeld in artikel 6 als volgt vastgesteld: Bij gedragingen van de eerste categorie op € 100,00 gedurende 1 maand; Bij gedragingen van de tweede categorie op € 200,00 gedurende 1 maand; Bij gedragingen van de derde categorie op € 400,00 gedurende 1 maand; Bij gedragingen van de vierde categorie: op 100% van de uitkeringsnorm gedurende één maand met dien verstande dat bij: - beëindiging van een dienstbetrekking als bedoeld in de vierde categorie onder a, en b, of - het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid als bedoeld in de vierde categorie onder c, of - het door eigen toedoen niet verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid als bedoeld in de vierde categorie onder d, waarbij belanghebbende een netto inkomen uit of in verband met arbeid zou hebben kunnen verwerven, dat minder bedraagt dan de helft van de van toepassing zijnde uitkeringsnorm, de hoogte van de maatregel wordt vastgesteld op het bedrag van het verloren of niet verkregen netto inkomen uit of in verband met arbeid gedurende één maand. 2.. In afwijking van het eerste lid kan van het opleggen van een maatregel worden afgezien en worden volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing, tenzij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van een jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder een schriftelijke waarschuwing is gegeven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel