De leden van het Dagelijks Bestuur, zijn samen en ieder afzonderlijk, aan het Algemeen Bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur.
De leden van het Dagelijks Bestuur geven gevraagd en ongevraagd aan het Algemeen Bestuur of aan een of meer leden daarvan alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het Dagelijks Bestuur te voeren en gevoerde bestuur nodig is.
Een lid van het Dagelijks Bestuur kan door het Algemeen Bestuur worden ontslagen, als dit lid niet meer het vertrouwen van het Algemeen Bestuur bezit.
De leden 1 tot en met 3 zijn van overeenkomstige toepassing op de voorzitter.
Hoofdstuk 6
Artikel 13
Interne verantwoording
Onderdeel van Wijziging Gemeenschappelijke Regeling MER