Alle taken en bevoegdheden die in het kader van deze regeling niet zijn opgedragen aan het Dagelijks Bestuur, behoren aan het Algemeen Bestuur.
Tot de taken en bevoegdheden van het Algemeen Bestuur, als bedoeld in het eerste lid, behoren in ieder geval:
Het aanwijzen en zo nodig ontslaan van de leden van het Dagelijks Bestuur.
Het instellen van een commissie.
Het besluiten over zaken waarin het Dagelijks Bestuur niet eensgezind is.
Het vaststellen van het jaarwerkplan.
Het vaststellen van de begroting.
Het vaststellen van de jaarrekening.