1. Een vervoersvoorziening wordt toegekend over de afstand tussen de woning dan wel de
opstapplaats en de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school, tenzij vervoer naar een
verder weggelegen school voor de gemeente minder kosten met zich mee zou brengen en de
ouders met het vervoer naar die school schriftelijk instemmen.
2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, ontstaat niet eerder een aanspraak op een vervoersvoorziening dan dat de ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling de keuze voor de toegankelijke school schriftelijk hebben gemeld.
3. Het college betrekt bij de beoordeling van de aanvraag van een vervoersvoorziening het
ondersteuningsplan, zoals dat is vastgesteld door het samenwerkingsverband na overleg met het
college.
Artikel 3.
Vervoersvoorziening naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school
Onderdeel van Verordening leerlingenvervoer gemeente Almelo 2016