Naar hoofdinhoud

Artikel 3:

beoordeling passend vervoer in relatie tot handicap

Onderdeel van Beleidsregels leerlingenvervoer gemeente Almelo 2016

De gemeente heeft de verplichting om een vergoeding voor passend vervoer aan te bieden. Uitgangspunt van de regeling is een zo voordeling mogelijke vergoeding. Als een kind – eventueel onder begeleiding – kan (brom-)fietsen, wordt een (brom-)fietsvergoeding verstrekt. Als een kind, eventueel onder begeleiding , met het openbaar vervoer kan reizen worden deze kosten vergoed. In plaats van een vergoeding voor openbaar vervoer is het mogelijk een vergoeding voor het gebruik van de eigen auto aan te bieden. Indien ouders zelf verzoeken om kind(eren) met eigen auto te vervoeren dan is de vergoeding € 0,19 per km op basis van de Reisregeling Binnenland tenzij de OV vergoeding lager is. In dat geval wordt de OV-vergoeding verstrekt. Als het voor een leerling niet mogelijk is, zelfs niet onder begeleiding, met de fiets of het openbaar vervoer naar school te reizen komt aangepast vervoer in aanmerking. Aangepast vervoer vindt meestal plaats in taxibusjes. Eventuele begeleiding dienen de ouders zelf te organiseren. Per leerling moet een afweging gemaakt worden over de soort tegemoetkoming in het kader van leerlingenvervoer. Op welke vergoeding een leerling recht heeft wordt bepaald door de medische mogelijkheden van de leerling en de infrastructurele (bv. verbindingen openbaar vervoer, fietsinfrastructuur en openbare wegen) mogelijkheden op het traject van de woning naar school en vice versa. Indien de gemeente advies ingewonnen heeft bij onafhankelijke medische of paramedische deskundigen (afhankelijk van de problematiek betreft dit een arts of een orthopedagoog) zal zij dit advies opvolgen. Hiertoe heeft de gemeente, aansluiten bij de medische beoordeling in het kader van de WMO, afspraken gemaakt met een onafhankelijk bedrijf.

Rechtspraak bij dit artikel