In de verordening wordt ervan uit gegaan, dat leerlingen tot een bepaalde leeftijd niet in staat zijn zelfstandig te reizen. Hiervoor wordt, naast vergoeding van de vervoerskosten voor de leerling, ook een vergoeding voor de vervoerskosten van een begeleider verstrekt. Een aantal leerlingen wordt vanuit een gezinsvervangend tehuis naar school vervoerd. In het geval een leerling in een gezinsvervangend tehuis woonachtig is, zijn de mogelijkheden om begeleiding van deze leerlingen te organiseren beperkt.
Voor deze leerlingen hanteren wij, ondanks de specifieke situatie waarin deze leerlingen zich bevinden, het bepaalde in de verordening met betrekking tot de afstandsgrens. Dit betekent dat leerlingen die binnen de afstandsgrens wonen en onder begeleiding naar school kunnen reizen niet voor vergoeding in aanmerking komen. De verantwoordelijkheid voor het organiseren van de begeleiding ligt in deze gevallen bij de woonvoorziening.
Voor leerlingen in een gezinsvervangend tehuis, die wel voldoen aan het afstandscriterium, maar die op basis van hun leeftijd of handicap niet in staat zijn zelfstandig met het openbaar vervoer te reizen (en hier dus begeleiding bij nodig hebben) zal in overleg met de woonvoorziening bepaald worden welke vorm van vervoer(svergoeding) verstrekt wordt. Hierbij worden de mogelijkheden die binnen het gezinsvervangend tehuis aanwezig zijn voor begeleiding van de leerling meegewogen.
Leerlingen in een gezinsvervangend tehuis die in staat worden geacht om zelfstandig met het openbaar te reizen zullen op deze basis een vergoeding in het kader van leerlingenvervoer ontvangen.
Artikel 5:
vervoer vanuit een gezinsvervangend tehuis
Onderdeel van Beleidsregels leerlingenvervoer gemeente Almelo 2016