Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 13

Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid

Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Hulst 2016

1. Een verlaging wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de Participatiewet wordt door het college afgestemd op het benadelingsbedrag. 2. De verlaging wordt vastgesteld op: a. 10 procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij een benadelingsbedrag tot € 1000,00; b. 20 procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 1000,00 tot € 2000,00; c. 50 procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 2000,00 tot € 4000,00; d. 100 procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 4000,00 tot € 8000,00; e. bij een benadelingsbedrag van € 8.000,00 tot € 12.000,00: 100 procent van de bijstandsnorm gedurende twee maanden; f. bij een benadelingsbedrag van € 12.000,00 tot € 16.000,00: 100 procent van de bijstandsnorm gedurende drie maanden; g. bij een benadelingsbedrag van € 16.000,00 tot € 20.000,00: 100 procent van de bijstandsnorm gedurende vier maanden; h. bij een benadelingsbedrag vanaf € 20.000,00: 100 procent van de bijstandsnorm gedurende vijf maanden. Bij iedere overschrijding van het hiervoor genoemde benadelingsbedrag met € 4.000,00 wordt de in dit lid aangegeven duur van de maatregel van 100 procent met een maand verlengd. 3. Als een belanghebbende alvorens een advocaat te raadplegen niet gevraagd heeft om rechtshulp aan het Juridisch Loket, wordt een verlaging opgelegd ter hoogte van het bedrag waarmee de eigen bijdrage wordt verlaagd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel