1. Als een belanghebbende zich binnen vierentwintig maanden na bekendmaking van een besluit waarmee een verlaging is toegepast vanwege een gedraging als bedoeld in de artikelen 8, 9, 13,14 of 15 opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde categorie, wordt telkens de duur van de oorspronkelijke verlaging verdubbeld.
2. Als een belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit tot toepassing van een verlaging vanwege een gedraging als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet, bedraagt de verlaging honderd procent van de bijstandsnorm gedurende twee maanden.
Hoofdstuk 5
Artikel 17
Recidive
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Hulst 2016