1. Als de belanghebbende naar het oordeel van het college een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid betoont voor de voorziening in het bestaan dan wel de uit de Participatiewet of de IOAW of de IOAZ voortvloeiende verplichtingen niet of onvoldoende nakomt, wordt overeenkomstig deze verordening een verlaging opgelegd.
2. Een verlaging wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate waarin de belanghebbende de gedraging kan worden verweten en de omstandigheden waarin hij verkeert.
Hoofdstuk 1
Artikel 2
Het opleggen van een verlaging
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Hulst 2016