Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk IV

Artikel 4.

Geen toetsing taalniveau

Onderdeel van Beleidsregels Wet taaleis gemeente Hulst

In sommige situaties kan sprake zijn van een omstandigheid waardoor het afnemen van een toets niet zinvol is en/of niet tot nieuwe inzichten leidt. Lid 1. Zo kan er sprake zijn van ontbrekende verwijtbaarheid, waarmee vaststaat dat de belanghebbende niet in staat is, of zal zijn, om de Nederlandse taal te verwerven. In dit geval heeft het afnemen van een toets geen meerwaarde, omdat het verwerven van de Nederlandse taal geen mogelijkheid is voor de belanghebbende. Lid 2 en 3. Zo kan ook de situatie ontstaan waarin een belanghebbende in een eerdere uitkeringsperiode (in de eigen gemeente of in een andere gemeente) reeds is getoetst op het taalniveau. Als de uitslag van de toets op dat moment heeft uitgewezen dat iemand de taal op referentieniveau 1F beheerst en die uitslag kan worden overlegd, hoeft de belanghebbende op het moment dat hij opnieuw in de bijstand stroomt, niet opnieuw een toets af te leggen. De positieve uitslag van de eerder afgenomen toets is dan namelijk het bewijs dat het referentieniveau 1F wordt beheerst. Hierbij is het wel van belang dat het moment waarop de toets is afgenomen naar redelijkheid moet worden beoordeeld. Indien de toets lange tijd geleden is afgenomen en op basis van de actuele situatie het redelijk vermoeden bestaat dat het taalniveau niet op referentieniveau 1F wordt beheerst, kan de beoordeling zijn dat er wel een toets moet worden afgenomen. Dit zal altijd individueel moeten worden beoordeeld. Lid 4. Het gaat hierbij om situaties waarin bij de aanvraag van de bijstand helder is dat er sprake is van uit zijn aard kortdurende bijstand. Er moet in principe dan ook zijn vastgesteld wat de einddatum van de bijstandsverlening zal zijn. Met bijstand voor korte duur wordt in ieder geval bedoeld, een aanvraag voor bijstand voor de duur van 3 maanden of korter. De in dit lid bepaalde situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen bij een op handen zijnde emigratie of bij een ongeneeslijke, terminale ziekte.

Rechtspraak bij dit artikel