Aan raadsleden worden de ten behoeve van de gemeente gemaakte reis- en verblijfskosten in verband met reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing het gemeentebestuur vergoed.
Aan commissieleden worden reis- en verblijfkosten voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie vergoed.
De vergoeding als bedoeld in het eerste en tweede lid is:
voor wat betreft de verblijfskosten gelijk aan het overeenkomstig in artikel 4, onderdeel c, van de Regeling rechtspositie wethouders bepaalde;
voor wat betreft de reiskosten gelijk aan het overeenkomstig in artikel 4, onderdeel a en b, van de Regeling rechtspositie wethouders bepaalde.
De reiskosten worden voor ten hoogste één vergadering per dag vergoed.
In afwijking van het eerste lid ontvangt geen vergoeding degene die zitting heeft in een commissie uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van een functie bij een instelling die grotendeels van overheidswege wordt gesubsidieerd.
De reis- en verblijfskosten worden alleen vergoed als deze gedeclareerd worden overeenkomstig de bepalingen in deze verordening.
Hoofdstuk 2
Artikel 4
Reis- en verblijfkosten
Onderdeel van Verordening rechtspositie raads- en commissieleden en wethouders 2016