Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 3

Bijlage II Bor

Onderdeel van Beleidsregels afwijkingenbeleid kruimelgevallen Bunnik 2016

“Voor het verlenen van een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2e, van de wet van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken komen in aanmerking: Artikel 4 Bijlage II Bor, lid 1 een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, wordt voldaan aan de volgende eisen: niet hoger dan 5 m, tenzij sprake is van een kas of bedrijfsgebouw van lichte constructie ten dienste van een agrarisch bedrijf; de oppervlakte niet meer dan 150 m2; Voorwaarden Het betreft een voor de omgeving niet-ingrijpende ontwikkeling. Hierbij geldt dat het bijbehorende bouwwerk in ieder geval qua maatvoering: ondergeschikt is aan het hoofdgebouw en; past binnen de maat en schaal van het dorpse karakter en van de omliggende bebouwing. De aanvraag wordt voorzien van een ruimtelijke motivering ten aanzien van een goede ruimtelijke ordening en een zorgvuldige belangenafweging, met in ieder geval de volgende onderdelen: Het woongenot van eventuele buren (schaduw, uitzicht privacy); Parkeren en verkeer; Stedenbouwkundig en landschappelijk inpasbaar; Milieuhygiënisch inpasbaar ( woon- en leefklimaat ter plaatse van uitbreiding en geen hinder voor omgeving); Geen extra belemmeringen voor bestaande bedrijfsactiviteiten in de omgeving. *Let op er is ook een welstandstoets nodig. Rechtstreeks toelaatbaar Van een niet-ingrijpende ontwikkeling, een goede ruimtelijke ordening en een zorgvuldige belangenafweging is in ieder geval sprake in de volgende situaties: Een overkapping boven de voordeur in het voorerfgebied, mits: de breedte bedraagt maximaal 120% van de breedte van de entreepartij; de horizontale diepte bedraagt maximaal 1,50 meter, gemeten uit de voorgevel van het gebouw waaraan wordt aangebouwd; het gaat om een open constructie zonder zijwanden; de bouwhoogte bedraagt maximaal 3 meter. Een erker aan de voorgevel van het hoofdgebouw in het voorerfgebied, mits: de horizontale diepte bedraagt maximaal 1,50 meter, gemeten uit de voorgevel van het gebouw; de gezamenlijke oppervlakte van de erker(s) (aan alle gevels) van een woning bedraagt maximaal 6 m2; een erker heeft maximaal 1 bouwlaag; de bouwhoogte heeft maximaal de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw plus 0,25 centimeter. Een fietsenberging in het voorerfgebied, mits: de hoogte niet meer dan 1.30 meter bedraagt (eventueel verdiept aangelegd); de oppervlakte niet meer dan 5m² bedraagt; het voorerf daardoor niet voor meer dan 50% wordt bebouwd; niet in het uitzicht van de buren (dat vanuit het woonkamerraam in de voorgevel, onder een hoek van 45 graden richting het naburige perceel loopt), hetgeen betekent dat er uitsluitend gebouwd kan worden in het groene gebied zoals aangegeven op de tekening hierna. Figuur: Groen = bouwen. Rood = niet bouwen in het uitzicht van de buren. Een klein bijbehorend bouwwerk ten behoeve van bewoners met een fysieke beperking in het voorerfgebied of het zijerfgebied in de bebouwde kom, mits: niet meer dan 10m²; niet meer dan 1 bouwlaag, eventueel met kap; niet in het uitzicht van de buren (dat vanuit het woonkamerraam in de voorgevel, onder een hoek van 45 graden richting het naburige perceel loopt), hetgeen betekent dat er uitsluitend gebouwd kan worden in het groene gebied zoals aangegeven op de tekening hierna. Figuur: Groen = bouwen. Rood = niet bouwen in het uitzicht van de buren. Een klein bijbehorend bouwwerk in het voorerfgebiedbuiten de bebouwde kom, mits: Een groot voorerf (tenminste 300m²) en geen of een klein zij- en achtererf (gezamenlijk maximaal 150m²); De oppervlakte mag niet meer dan 30 m² bedragen; De goothoogte mag niet meer dan 3 meter bedragen en de nokhoogte niet meer dan 5 meter. Artikel 4 Bijlage II Bor, lid 2 een gebouw ten behoeve van een infrastructurele of openbare voorziening als bedoeld in artikel 2, onderdeel 18, onder a, dat niet voldoet aan de in dat subonderdeel genoemd eisen, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: niet hoger dan 5 m, en de oppervlakte niet meer dan 50 m². Voorwaarden Het betreft een voor de omgeving niet-ingrijpende ontwikkeling. Hierbij geldt dat het gebouw in ieder geval qua maatvoering past binnen de maat en schaal van het dorpse karakter en van de omliggende bebouwing. De aanvraag wordt voorzien van een ruimtelijke motivering ten aanzien van een goede ruimtelijke ordening en een zorgvuldige belangenafweging, met in ieder geval de volgende onderdelen: Woongenot van eventuele buren (schaduw, uitzicht, privacy); Stedenbouwkundig en landschappelijk inpasbaar; Parkeren en verkeer. Artikel 4 Bijlage II Bor, lid 3 een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of een gedeelte van een dergelijk bouwwerk, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: niet hoger dan 10 m en de oppervlakte niet meer dan 50 m2. Voorwaarden Het betreft een voor de omgeving niet -ingrijpende ontwikkeling. Hierbij geldt dat: de bouwhoogte maximaal 3 m bedraagt; de oppervlakte maximaal 25 m² bedraagt, uitgezonderd de oppervlakte van zonnepanelen op de begane grond (zie hierna onder rechtstreeks toelaatbaar). De aanvraag wordt voorzien van een ruimtelijke motivering ten aanzien van een goede ruimtelijke ordening en een zorgvuldige belangenafweging, met in ieder geval de volgende onderdelen: het woongenot van eventuele buren (schaduw, uitzicht privacy); parkeren en verkeer; stedenbouwkundig en landschappelijk inpasbaar; milieuhygiënisch inpasbaar ( woon- en leefklimaat ter plaatse van uitbreiding en geen hinder voor omgeving). *Let op er is ook een welstandstoets nodig. Rechtstreeks toelaatbaar Van een niet-ingrijpende ontwikkeling, een goede ruimtelijke ordening en een zorgvuldige belangenafweging is in ieder geval sprake in de volgende situaties: entreehekken in het voorerfgebied tot een hoogte van maximaal 2 meter, mits: het moet gaan om een vrijstaande woning; de kavel dient minimaal 25 meter breed te zijn, zodat het entreehek niet overheersend wordt; de minimale afstand tussen de woning en het entreehekwerk dient 5 meter te zijn; het entreehek moet een stijlvol en een transparante uitstraling hebben; het entreehekwerk mag niet breder zijn dan 5 meter; geen verkeersonveilige situaties ontstaan. erfafscheidingen grenzend aan het openbaar gebied, mits: gelegen 1 meter achter de voorgevel; een bouwhoogte van maximaal 2 meter; waarbij de erfafscheiding vanaf een hoogte van 1 meter een groene of transparante uitstraling heeft (een transparant hekwerk en/of groene haag). Zonnepanelen op de begane grond, mits maximaal 50 m2; niet hoger dan 1,30 meter; mat uitgevoerd tegen weerspiegeling. Artikel 4 Bijlage II Bor, lid 4 een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte aan of op een gebouw, een dakkapel, dakopbouw of gelijksoortige uitbreiding van een gebouw, de uitbreiding van een bouwwerk met een bouwdeel van ondergeschikte aard dan wel voorzieningen gericht op het isoleren van een gebouw; Voorwaarden De aanvraag wordt voorzien van een ruimtelijke motivering ten aanzien van een goede ruimtelijke ordening en een zorgvuldige belangenafweging, met in ieder geval de volgende onderdelen: het woongenot van eventuele buren (schaduw, uitzicht privacy); stedenbouwkundig inpasbaar. Rechtstreeks toelaatbaar Van een niet-ingrijpende ontwikkeling, een goede ruimtelijke ordening en een zorgvuldige belangenafweging is in ieder geval sprake in de volgende situaties: Dakopbouw, mits de dakopbouw wat betreft omvang en situering gelijk is aan de trendsetter in dezelfde straat en sprake is van hetzelfde woningtype (vrijstaand / twee-aaneen gebouwd / tussenwoning / hoekwoning), èn; geen ramen of andere openingen in de zijwanden van de dakopbouw zijn opgenomen. Voorbeeld: geen ramen of andere openingen in zijwanden. De aanpassing van een kap op een bouwwerk, mits de nokrichting gelijk blijft; de dakhelling niet meer dan 75 graden bedraagt òf tenminste 1/3 van het dakvlak een maximale dakhelling van 45 graden heeft. Voorbeeld dakvlakken met verschillende hellingen. Artikel 4 Bijlage II Bor, lid 5 een antenne-installatie, mits niet hoger dan 40 m; Voorwaarden De aanvraag wordt voorzien van een ruimtelijke motivering ten aanzien van een goede ruimtelijke ordening en een zorgvuldige belangenafweging, met in ieder geval de volgende onderdelen: het woongenot van eventuele buren (schaduw, uitzicht privacy); stedenbouwkundig en landschappelijk inpasbaar; op tenminste 250 meter afstand van een gevoelige bestemming zoals een school, een bejaardenhuis, een gezondheidscentrum en daarmee naar de aard gelijk te stellen bestemmingen. Artikel 4 Bijlage II Bor, lid 6 een installatie bij een glastuinbouwbedrijf voor warmtekrachtkoppeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder w, van de Elektriciteitswet 1998; Voorwaarden De aanvraag wordt voorzien van een ruimtelijke motivering ten aanzien van een goede ruimtelijke ordening en een zorgvuldige belangenafweging, met in ieder geval de volgende onderdelen: het woongenot van eventuele buren (schaduw/uitzicht/privacy); stedenbouwkundig en/of landschappelijk inpasbaar; milieuhygiënisch inpasbaar (geluid). Artikel 4 Bijlage II Bor, lid 7 een installatie bij een agrarisch bedrijf waarmee duurzame energie wordt geproduceerd door het bewerken van uitwerpselen van dieren tot krachtens artikel 5, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet aangewezen eindproducten van een krachtens dat artikellid omschreven bewerkingsprocedé dat ziet op het vergisten van ten minste 50 gewichtsprocenten uitwerpselen van dieren met in de omschrijving van dat procedé genoemde nevenbestanddelen; Voorwaarden De aanvraag wordt voorzien van een ruimtelijke motivering ten aanzien van een goede ruimtelijke ordening en een zorgvuldige belangenafweging, met in ieder geval de volgende onderdelen: het woongenot van eventuele buren (schaduw/uitzicht/privacy); stedenbouwkundig en/of landschappelijk inpasbaar; milieuhygiënisch inpasbaar (geur/geluid/stof); inpasbaar vanuit verkeerskunde en verkeersveiligheid. Artikel 4 Bijlage II Bor, lid 8 het gebruiken van gronden voor een niet-ingrijpende herinrichting van openbaar gebied; Voorwaarden De aanvraag wordt voorzien van een ruimtelijke motivering ten aanzien van een goede ruimtelijke ordening en een zorgvuldige belangenafweging, met in ieder geval het volgende onderdeel: inpasbaar vanuit verkeerskunde en verkeersveiligheid. Artikel 4 Bijlage II Bor, lid 9 het gebruiken van bouwwerken, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, en van bij die bouwwerken aansluitend terrein, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, het uitsluitend betreft een logiesfunctie voor werknemers of de opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen; Voorwaarden Niet toepasbaar voor het voormalig MOB-complex aan de Burgweg/Defensieweg (bedrijventerrein Burgweg) in het buitengebied van Bunnik. Geen onttrekking van woningen aan de woningvoorraad. De aanvraag wordt voorzien van een ruimtelijke motivering ten aanzien van een goede ruimtelijke ordening en een zorgvuldige belangenafweging, met in ieder geval de volgende onderdelen: het woongenot van eventuele buren: (intensivering gebruik); parkeren en verkeer; stedenbouwkundig en landschappelijk inpasbaar bij verplaatsing van de bebouwing; leegstand; externe veiligheid; geluid; milieuhygiënisch inpasbaar (woon- en leefklimaat ter plaatse nieuwe gebruik en hinder voor omgeving); het gemeentelijke beleid ten aanzien van seizoenarbeid zoals opgenomen in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Bunnik 2011’, indien het een logiesfunctie voor werknemers betreft; bodem en archeologie bij verplaatsing van de gebouwen. Artikel 4 Bijlage II Bor, lid 10 het gebruiken van een recreatiewoning voor bewoning, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: de recreatiewoning voldoet aan de bij of krachtens de Woningwet aan een bestaande woning gestelde eisen; de bewoning niet in strijd is met de bij of krachtens de Wet milieubeheer, de Wet geluidhinder, de Wet ammoniak en veehouderij en de Wet geurhinder en veehouderij gestelde regels of de Reconstructiewet concentratiegebieden; de bewoner op 31 oktober 2003 de recreatiewoning als woning in gebruik had en deze sedertdien onafgebroken bewoont, en de bewoner op 31 oktober 2003 meerderjarig was. Voorwaarden Toegestaan als aan genoemde voorwaarden kan worden voldaan. Artikel 4 Bijlage II Bor, lid 11 ander gebruik van gronden of bouwwerken dan bedoeld in de onderdelen 1 tot en met 10, voor een termijn van ten hoogste tien jaar. Voorwaarden Niet toepasbaar voor het voormalige MOB-complex aan de Burgweg/Defensieweg (bedrijventerrein Burgweg) in het buitengebied van Bunnik. Geen onttrekking van woningen aan de woningvoorraad. De aanvraag wordt voorzien van een ruimtelijke motivering ten aanzien van een goede ruimtelijke ordening en een zorgvuldige belangenafweging, met in ieder geval de volgende onderdelen: het woongenot van eventuele buren (intensivering gebruik); parkeren en verkeer; stedenbouwkundig en landschappelijk inpasbaar; leegstand; externe veiligheid; geluid; bodem en archeologie; milieuhygiënisch inpasbaar (woon- en leefklimaat ter plaatse nieuwe gebruik en hinder voor omgeving).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel