1. Voor het gebruik van de van gemeentewege verstrekte inzamelmiddelen geldt dat:
a. het beheer van de inzamelmiddelen die in bruikleen zijn verstrekt door of namens de gemeente aan de gebruiker van een perceel, berust bij de inzameldienst.
b. de inzameldienst bevoegd is om een minicontainer te voorzien van een sticker waarop staat vermeld:
1. een barcode,
2. de afvalstroom waarvoor de minicontainer is bestemd,
3. het volume van de minicontainer,
4 .een postcode, een plaatsnaam, een straatnaam of een huisnummer.
c. de door of namens de gemeente verstrekte inzamelmiddelen behoren bij het perceel.
d. de door of namens de gemeente verstrekte toegangspasjes ten behoeve van het gebruik van ondergrondse verzamelcontainers behoren het perceel van de desbetreffende hoogbouwbewoners. Bij het opnieuw verstrekken van een toegangspasje in verband met verlies of beschadiging daarvan worden kosten in rekening worden gebracht bij de desbetreffende hoogbouwbewoner.
e. de door of namens de gemeente verstrekte toegangspasjes ten behoeve van het brengdepot/recyclingstation behoren bij het perceel. Bij het opnieuw verstrekken van een toegangspasje in verband met verlies of beschadiging daarvan worden kosten in rekening gebracht bij de desbetreffende bewoner.
f. de gebruiker van een perceel zich tot de klantenservice van de inzameldienst dient te wenden bij verdwijning, vermissing of beschadiging van een door of namens de gemeente te verstrekken inzamelmiddel. Dit geldt ook als door de nieuwe gebruiker van een perceel geen of een kapot inzamelmiddel wordt aangetroffen;
g. de gebruiker van een perceel zich tot de klantenservice van de inzameldienst dient te wenden voor het (tegen betaling) verkrijgen van extra inzamelmiddelen voor huishoudelijk restafval, gft-afval of papier, voor het omwisselen van een inzamelmiddel voor een ander inzamelmiddel met een ander volume en voor het innemen van een inzamelmiddel;
h. de inzamelmiddelen eigendom blijven van de verstrekker en bij normale slijtage voor haar rekening technisch worden onderhouden;
i. de gebruiker verantwoordelijk is voor het gebruik en het onderhoud van de in bruikleen ontvangen inzamelmiddelen als ware deze zijn eigendom;
j. de gebruiker verplicht is de inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen zodanig te gebruiken dat deze geen overlast voor derden veroorzaakt;
k. de verstrekte inzamelmiddelen voor huishoudelijk restafval, gft-afval, PMD en papier alleen mogen worden gereinigd met water.
2. Krachtens artikel 10 lid 3 van de Afvalstoffenverordening gemeente Bunnik 2010 stelt het college de volgende regels omtrent de plaats en wijze waarop huishoudelijke afvalstoffen moeten worden aangeboden:
a. Minicontainers moeten ordelijk worden geplaatst op het voetpad, zo dicht mogelijk bij de rijweg, of, bij het ontbreken van een voetpad, aan de kant van de openbare weg, dan wel op een daartoe door of namens het college aangewezen opstelplaats per straat of wijk, zodanig dat voetgangers en overig verkeer niet worden gehinderd of in de doorgang worden belemmerd en op een wijze dat gevaar of schade wordt voorkomen. Aanwijzingen van de inzameldienst dienen te worden opgevolgd.
b. De handgreep van de container dient naar de straat te zijn gericht, behalve op locaties die zijn aangewezen voor inzameling met een zijbelader. In dat geval is de handgreep van de straat af gericht en worden de containers met 30 cm tussenruimte op de aangewezen plaatsen gezet.
c. inzamelmiddelen dienen goed gesloten te zijn en inzamelingvoorzieningen moeten na gebruik weer worden afgesloten;
d. uit de inzamelmiddelen en de inzamelvoorzieningen mag geen huishoudelijk afval steken en er mag geen los huishoudelijk afval of andere huishoudelijke afvalstoffen worden bijgeplaatst;
e. afvalstoffen welke ten onrechte of op een onjuiste wijze zijn aangeboden en welke na inzameling daardoor in de inzamelvoorziening, met uitzondering van een brengdepot/recyclingstation, zijn achtergebleven, dienen onverwijld door de aanbieder uit de minicontainer dan wel verzamelcontainer te worden verwijderd;
f. het gewicht van de hoeveelheid afvalstoffen en het eigen gewicht van de ter lediging aangeboden minicontainer mag in zijn totaliteit niet zwaarder zijn dan 75 kilogram;
g. alleen minicontainers die voorzien zijn van een door de inzameldienst verstrekte registratiesticker worden geleegd;
h. het gewicht van de aangeboden hoeveelheid huishoudelijk klein chemisch afval mag per keer niet zwaarder zijn dan 50 kilogram;
i. klein chemisch afval mag om veiligheidsredenen niet aan de openbare weg worden aangeboden, maar moet persoonlijk worden overhandigd bij het brengdepot;
j. het brengdepot/recyclingstation aan de Rumpsterweg 4 in Bunnik, wordt aangewezen als brengdepot/recyclingstation als bedoeld in dit Uitvoeringsbesluit.
k. bij de afgifte van afvalstoffen op het brengdepot/recyclingsstation zijn de acceptatievoorwaarden van de inzameldienst van toepassing zoals die zijn vastgelegd in hun milieuhandboek;
l. de ontdoener van afvalstoffen moet, voor toegang tot het brengdepot/recyclingstation, in het bezit zijn van de van gemeentewege verstrekte toegangspas en moet zich kunnen legitimeren;
m. de inzameling van grof huishoudelijk afval, grof tuinafval en grote elektrische en elektronische apparaten vindt op afroep plaats, de aanbieder dient voor deze inzameling een afspraak te maken met de inzameldienst;
n. het afval als bedoeld in lid l dient op de afgesproken dag en tijd op de afgesproken (voor het inzamelmaterieel goed bereikbare) plaats bij de woning klaar te staan;
o. grof huishoudelijk afval of grof tuinafval mag bij het overdragen of het aanbieden geen
groter volume hebben dan 2 m3;
p. stukken grof huishoudelijk afval moeten in één of meer bundels samengedrukt en –gebonden worden overgedragen of aangeboden waarbij een bundel niet langer mag zijn dan 2 meter en niet zwaarder dan 25 kilogram;
q. grof tuinafval moet in één of meer bundels samengedrukt en –gebonden worden overgedragen of aangeboden waarbij een bundel niet langer mag zijn dan 1,5 meter en niet zwaarder dan 25 kilogram.
r. luierafval en incontinentiemateriaal moeten worden gedeponeerd in de luiercontainers die zijn opgesteld bij kinderdagverblijven, peuterspeelzalen en het brengdepot/recyclingstation. Dit afval moet worden verpakt in de speciaal hiervoor bestemde luierzakken, die bij de gemeente verkrijgbaar zijn.
3. Het college kan per wijk of straat een opstelplaats voor inzamelmiddelen aanwijzen
4. Indien het college een opstelplaats heeft aangewezen, mogen de inzamelmiddelen uitsluitend op en binnen de eventueel aangegeven grenzen van de opstelplaats worden opgesteld
Artikel 6.
Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen
Onderdeel van Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening gemeente Bunnik 2016