Op grond van artikel 4, tweede lid, van de verordening worden de volgende inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen aangewezen:
voor restafval van huishoudens de van gemeentewege verstrekte monocontainer met grijze deksel van 240 liter of een minicontainer van 40 liter;
voor gft-afval van huishoudens de van gemeentewege verstrekte monocontainer met groene deksel van 240 liter of een minicontainer van 40 liter;
voor papier van huishoudens een van gemeentewege verstrekte verzamelcontainer;
voor restafval en kunststof verpakkingsmateriaal van de in bijlage 1 aangewezen adressen zijn van gemeentewege ondergrondse verzamelcontainers geplaatst;
voor de in bijlage 1 genoemde adressen wordt de ondergrondse verzamelcontainer ontgrendelt met de verstrekte toegangspas;
voor de monocontainers van de in bijlage 3 aangewezen adressen zijn van gemeentewege verzamel aanbiedplaatsen aangelegd;
voor klein chemisch afval van huishoudens een kca-box;
voor glas (gescheiden in wit en bont), blik, textiel en drankkartons van huishoudens bij de in bijlage 2 genoemde locaties van gemeentewege geplaatste ondergrondse milieuparken;
voor kunststof verpakkingsafval van huishoudens de van gemeentewege verstrekte doorschijnende plastic(Heroes) zak;
voor alle in artikel 3 genoemde afvalstoffen van huishoudens bij de in bijlage 5 opgenomen locaties van gemeentewege aangewezen bovengrondse milieuparken van de gemeente Sittard-Geleen(RWM) en RD Maasland.
Artikel 4.
Aanwijzing inzamelmiddelen- en voorzieningen
Onderdeel van Uitvoeringsbesluit afvalstoffenverordening 2016