Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.12.

Lijnafwatering

Onderdeel van Nadere regels ondergrondse infrastructuur Rijssen-Holten 2016

Als uitgangspunt geldt dat leidingen niet worden gelegd binnen 1,00 m afstand van lijnafwatering. In die gevallen dat aanleg onder of nabij lijnafwatering onvermijdelijk is, dient aanleg plaats te vinden in overleg met het college.

Rechtspraak bij dit artikel