Naar hoofdinhoud
1. . Voor de rangschikking als bedoeld in artikel 1:15 en artikel 2.1.7 van de Verordening worden de volgende criteria toegepast voor de onder artikel 1 bedoelde subsidiabele activiteiten: Mate van de effectiviteit van de activiteit, hetgeen blijkt uit een beschrijving van vier factoren, waaraan scores zullen worden toegekend: de inpasbaarheid van de kennis op bedrijfsniveau: bij onvoldoende inpasbaarheid: 1 punt; bij voldoende inpasbaarheid: 2 punten; bij goede inpasbaarheid: 3 punten; bij zeer goede inpasbaarheid: 4 punten. de mate waarin de activiteit bijdraagt aan het doel van de openstelling: bij onvoldoende bijdrage: 1 punt; bij voldoende bijdrage: 2 punten; bij een goede bijdrage: 3 punten; bij een zeer goede bijdrage: 4 punten. het bereik van de activiteit: bij onvoldoende bereik: 1 punt; bij voldoende bereik: 2 punten; bij goed bereik: 3 punten; bij zeer goed bereik: 4 punten. de mate waarin (blijvende) toepassing van de aangeboden kennis wordt geborgd: bij onvoldoende borging: 1 punt; bij voldoende borging: 2 punten; bij goede borging: 3 punten; bij zeer goede borging: 4 punten. De scores op de in i t/m iv genoemde factoren worden bij elkaar opgeteld en gedeeld door vier. De score heeft een gewicht van 3. Mate van innovativiteit, hetgeen blijkt uit de toepassing van nieuwe kennis op landbouwbedrijven: Hiervoor worden als volgt de punten toegekend: kennis wordt al toegepast op een meerderheid van soortgelijke bedrijven in de provincie: 1 punt; kennis wordt toegepast op een relatief groot aantal soortgelijke bedrijven in de provincie: 2 punten; kennis wordt toegepast op een relatief klein aantal soortgelijke bedrijven in de provincie: 3 punten; kennis wordt nog niet of vrijwel niet toegepast op soortgelijke bedrijven in de provincie: 4 punten. de score heeft een gewicht van 1. Kosteneffectiviteit, hetgeen blijkt uit de kostprijs per deelnemer: Hiervoor wordt als volgt de punten toegekend: bij een meer dan gemiddelde kostprijs: 1 punt; bij een gemiddelde kostprijs: 2 punten; bij een kostprijs die lager is dan gemiddeld: 3 punten; bij een kostprijs die aanzienlijk lager is dan gemiddeld: 4 punten; De score heeft een gewicht van 2. Haalbaarheid, de mate waarin het project haalbaar is vanuit organisatorisch oogpunt, hetgeen blijkt uit de volgende drie factoren, waaraan scores zullen worden toegekend: de kwaliteit van de aanbieder van de kennis: bij goed gekwalificeerde aanbieder: 2 punten; bij een zeer goed gekwalificeerde aanbieder: 3 punten; bij een zeer uitmuntend gekwalificeerde aanbieder: 4 punten; de kwaliteit van het projectplan: bij een onvoldoende uitgewerkt en realistisch plan: 1 punt; bij een voldoende uitgewerkt en realistisch plan: 2 punten; bij een goed uitgewerkt en realistisch plan: 3 punten; bij zeer goed uitgewerkt en realistisch plan: 4 punten; de aansluiting van de aangeboden kennis bij de behoefte en ontwikkelingen in de praktijk: bij een onvoldoende aansluiting: 1 punt; bij een voldoende aansluiting: 2 punten; bij een goede aansluiting: 3 punten; bij een zeer goede aansluiting: 4 punten. De scores op de in i t/m iii genoemde factoren worden bij elkaar opgeteld en gedeeld door drie. De score heeft een gewicht van 2. 2. . Het maximum aantal punten is 32. 3. . Indien een aanvraag minder dan 18 punten behaalt, wordt de aanvraag niet gehonoreerd. 4. . Aanvragen worden op volgorde van de rangschikking gehonoreerd. 5. . Als twee of meer aanvragen een gelijk aantal punten hebben verkregen en hun plaats in de rangschikking zodanig is dat de som van de toe te kennen maximale subsidiebedragen het subsidieplafond overstijgt, wordt met inachtneming van het subsidieplafond subsidie verleend voor de aanvraag om subsidie met het hoogste aantal punten behaald op het criterium bedoeld in het eerste lid, onderdeel a. 6. . Indien de aanvragen als bedoeld in het vijfde lid een gelijk aantal punten hebben behaald op het criterium bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt de subsidie verleend voor de aanvraag om subsidie met het hoogste aantal punten behaald op het criterium bedoeld in het eerste lid, onderdeel b. 7. . Indien de aanvragen als bedoeld in het zesde lid een gelijk aantal punten hebben behaald op het criterium bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, wordt de subsidie verleend voor de aanvraag om subsidie met het hoogste aantal punten behaald op het criterium bedoeld in het eerste lid, onderdeel c. 8. . Indien de aanvragen als bedoeld in het zevende lid een gelijk aantal punten hebben behaald op alle criteria bedoeld in het eerste lid, wordt de rangschikking van de aanvragen bepaald door loting. 9. . Het toekennen van de scores en de rangschikking vindt plaats door een toetsingscommissie zoals bedoeld in artikel 1.14 van de Verordening subsidies POP3.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel