Naar hoofdinhoud
1. . Subsidiabele activiteiten Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten als bedoeld in artikel 28 van de Asv die gericht zijn op: recreatief fietsen; recreatief wandelen; recreatief varen en watersport; in afwijking van het gestelde onder a, b en c kunnen GS besluiten in bijzondere gevallen voor andere vormen van recreatiesport subsidie te verstrekken; de subsidiabele activiteiten zoals bedoeld onder a tot en met d betreffen: haalbaarheidsstudies en marktverkenningen ten behoeve van het definiëren en complementeren van routenetwerken; optimalisatie of kwaliteitsverbetering van bestaande recreatieve routenetwerken; ontwikkelen, plaatsen en verspreiden van routeinformatie (zoals fysieke bewegwijzering, routepanelen, digitale informatievoorziening, routebrochures). 2. . Nadere criteria De activiteiten, genoemd in het eerste lid, onder a tot en met c, komen uitsluitend voor subsidie in aanmerking indien zij voldoen aan de volgende voorwaarden: De activiteiten hebben betrekking op de volgende vastgestelde (regionale) routenetwerken in het landelijk gebied of op de grens tussen stad en land: recreatief fietsen: het hoofdnetwerk van de landelijke LF-routes en de recreatieve fietsroutes van het regionale fietsknooppuntensysteem dat aansluit op de netwerken in de andere provincies; recreatief wandelen: het hoofdnetwerk van de landelijke LAW-routes en het regionale netwerk van streekpaden, boerenlandpaden en klompenpaden; recreatief varen/watersport: het hoofdnetwerk van de landelijke en regionale BRTN-routes en het regionale kanonetwerk. De subsidiabele activiteiten, genoemd onder a tot en met d, dragen zoveel mogelijk bij aan onderstaande criteria: aansluiting op bestaande netwerken en bij voorkeur TOP’s/poorten, bovenlokale recreatieterreinen en horecagelegenheden; bevorderen van samenwerking tussen partijen om deze recreatieve routenetwerken te realiseren. 3. . Weigeringsgrond Er wordt geen subsidie verstrekt indien reeds voor dezelfde activiteiten subsidie is aangevraagd via de Uitvoeringsverordening Subsidie Recreatie en Toerisme 2016–2019 Provincie Utrecht. 4. . Hoogte subsidie De subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten; In afwijking van het gestelde onder a kan de subsidie in bijzondere gevallen worden verhoogd tot maximaal 100% van de subsidiabele kosten; Tot de subsidiabele kosten behoren in ieder geval: loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor voorbereiding (bijvoorbeeld voor opstellen projectplan, advies, vergunningen, bestek) tot een maximum van 15% van de projectkosten; loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor directievoering, advies, en begeleiding ten behoeve van de gesubsidieerde activiteiten; kosten voor de bouw, verwerving of verbetering van onroerende zaken; materiaalkosten; kosten voor de inrichting van recreatieve infrastructuur. Naast de niet-subsidiabele kosten, zoals opgenomen in artikel 12 van de Asv wordt in ieder geval geen subsidie verstrekt voor de volgende kosten: vervangingsinvesteringen; kosten voor structurele ondersteuning van activiteiten en organisaties. 5. . Subsidieontvangers Subsidie kan worden verstrekt aan eenieder. 6. . Aanvraag De subsidieaanvraag kan gedurende het gehele jaar worden ingediend; De aanvraag dient voorzien te zijn van een advies van de gebiedscommissie van het gebied (zie bijlage 3) waarin de activiteiten plaatsvinden; In aanvulling op artikel 7 van de Asv is de aanvraag voorzien van een beheer- en onderhoudsplan en een regeling voor de openstelling (waar van toepassing). 7. . Verplichtingen Het beheer en onderhoud van deze voorziening is voor minimaal 10 jaar geregeld; Bij netwerken voor wandelen is de openstelling geregeld voor minimaal eenzelfde termijn als het beheer en onderhoud van het netwerk; De voorziening wordt digitaal ontsloten en actueel gehouden. Deze gegevens worden om niet beschikbaar gesteld als open data aan de provinciale U-Base. Er vindt geen overlap plaats met de activiteiten van het provinciaal Routebureau. 8. . Europese regelgeving Indien subsidie wordt verstrekt aan een onderneming geschiedt dit met inachtneming van de verordening (EU) Nr. 1407/2013, betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun.

Rechtspraak bij dit artikel