Naar hoofdinhoud
1. . Subsidiabele activiteiten Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten als bedoeld in artikel 28 van de Algemene subsidieverordening provincie Utrecht voor de volgende activiteiten: het uitvoeren van specifieke maatregelen voor de verbetering van de kwaliteit van het leefgebied van soort(groep)en; het uitvoeren van onderzoek ten behoeve van de maatregelen genoemd onder lid 1, sub a; het uitvoeren van beheermaatregelen in natuurbeschermingswetgebieden; het geven van voorlichting, voor zover noodzakelijk voor de bescherming of het behoud van de soorten; het uitvoeren van beheerexperimenten gedurende een periode van maximaal drie jaar ten behoeve van de soorten. 2. . Nadere criteria De activiteiten, genoemd in het eerste lid, komen uitsluitend in aanmerking voor subsidie indien: zij in belangrijke mate en op effectieve en efficiënte wijze bijdragen aan het duurzaam voortbestaan van bedreigde populaties van soorten die deel uit maken van het actieve soortenbeleid van de provincie Utrecht conform het door Gedeputeerde Staten vastgestelde beleid in het kader van de Wet Natuurbescherming; voor zover het gaat om activiteiten genoemd in het eerste lid, onder b), de activiteiten, noodzakelijk zijn ter voorbereiding of evaluatie van de uitvoering van de maatregelen onder a) en verzamelde gegevens over het voorkomen van flora en fauna worden opgenomen in de Nationale Databank Flora en Fauna; het gaat om eenmalige activiteiten; beheermaatregelen komen niet voor subsidie in aanmerking, met uitzondering van de activiteiten, genoemd in het eerste lid, onder sub d); het gaat om activiteiten in natuurterreinen of het landelijk gebied; activiteiten in stedelijke omgeving komen niet voor subsidie in aanmerking. De subsidiabele activiteiten, genoemd in het eerste lid, maken zoveel mogelijk gebruik van c.q. dragen zoveel mogelijk bij aan onderstaande criteria: er worden zoveel mogelijk duurzame en natuurlijke materialen gebruikt; er wordt inheems en autochtoon plant- en zaaigoed gebruikt; het leefgebied van meerdere soortgroepen wordt verbeterd. 3. . Hoogte subsidie De subsidie bedraagt maximaal 100% van de subsidiabele kosten en ten hoogste € 50.000 per hectare. Tot de subsidiabele kosten behoren in ieder geval: loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor voorbereiding (bijvoorbeeld voor opstellen projectplan, advies, vergunningen, bestek) tot een maximum van 15% van de totale projectkosten; loonkosten eigen personeel, materiaalkosten of aan derden betaalde kosten voor directievoering en begeleiding ten behoeve van de gesubsidieerde activiteiten tot een maximum van 15% van de totale projectkosten; Naast de niet-subsidiabele kosten, zoals opgenomen in artikel 12 van de Asv, wordt in ieder geval geen subsidie verstrekt voor de volgende kosten: kosten voor de aanleg van parkeergelegenheid; de kosten voor de uitvoering van maatregelen in of op gronden met de bestemming erf, tuin of park waaronder het baggeren van vijvers en waterpartijen die daarin gelegen zijn. 4. . Subsidieontvangers Subsidie kan worden verstrekt aan eenieder. 5. . Aanvraag De subsidieaanvraag kan gedurende het gehele jaar worden ingediend. 6. . Verplichtingen subsidieontvanger In aanvulling op de Asv geldt dat de gesubsidieerde activiteiten gedurende tenminste vijf jaar in stand worden gehouden door de subsidieontvanger. 7. . Europese regelgeving Aanvragen van landbouwondernemingen voor het uitvoeren van activiteiten genoemd in het eerste lid worden getoetst overeenkomstig de voorwaarden van de meest actuele versie van de Catalogus Groenblauwe Diensten.

Rechtspraak bij dit artikel