Bij een ontheffing voor een insteekhaven geldt in elk geval het volgende:
De haven is of wordt uitgegraven in een erf;
Een dubbele insteekhaven kan alleen worden aangelegd op de grens van twee naast elkaar gelegen erven;
De haven dwars op de vaarweg is/wordt aangelegd en/of aansluit op de cultuurhistorische verkavelingsrichting van sloten en waterwegen in het achterliggende landschap.
Lengte en breedte van een enkele insteekhaven zijn respectievelijk ten hoogste 8 m en 3,25 m.
Lengte en breedte van een dubbele insteekhaven zijn respectievelijk ten hoogste 8 m en 6 m.
Indien door het gestelde in lid 3 de haven niet loodrecht op de vaarweg kan worden aangelegd, kan een geringe afwijking van de lengtemaat worden toegestaan.
Hoofdstuk IV › Paragraaf 3
Artikel 21