Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3.

Categorieën

Onderdeel van Beleidsregel Wet Bibob gemeente Almelo 2016

Het bestuursorgaan kan, met inachtneming van hetgeen in deze beleidsregel daarover is bepaald, de wet toepassen met betrekking tot: A. beschikkingen, zoals bedoeld in: I. artikel 3 van de Drank- en Horecawet artikel 4 van de Drank- en Horecawet (para-commerciële instellingen) indien: sprake is van een bijzonder geval waarbij aanleiding bestaat voor het vermoeden dat de beschikking of opdracht mogelijk mede zou kunnen worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten of strafbare feiten te plegen; de gemeente op andere wijze bekend is met feiten en omstandigheden die aanleiding geven om te veronderstellen dat de beschikking of opdracht mede zou kunnen worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten of strafbare feiten te plegen; in de gevallen dat het Openbaar Ministerie op basis van artikel 11 j° 26 van de Wet Bibob wijst op de wenselijkheid om een advies aan te vragen. II. artikel 7 van de Wet Bibob j° artikel 2:28 van de Algemene Plaatselijke Verordening exploitatievergunning horecabedrijf, op grond van: artikel 7 van de Wet Bibob j° artikel 3:4 en 3:10 van de Algemene Plaatselijke Verordening; exploitatievergunning voor seksinrichtingen en/of escortbedrijven, op grond van: artikel 7 van de Wet Bibob j° artikel 2:79 van de Algemene Plaatselijke Verordening; evenementenvergunning voor de door de burgemeester aan te wijzen categorieën van vechtsportwedstrijden of – gala’s of andersoortige evenementen waarbij sprake is van risico’s op criminele facilitering. III. artikel 2.1, eerste lid, onder a, e en i, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, indien het betreft vergunningaanvragen die worden gedaan voor: omgevingsvergunning (milieu) voor het oprichten van de inrichting, het veranderen van de inrichting of het veranderen van de werking van een inrichting indien: sprake is van een bijzonder geval waarbij aanleiding bestaat voor het vermoeden dat de beschikking of opdracht mogelijk mede zou kunnen worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten of strafbare feiten te plegen; de gemeente op andere wijze bekend is met feiten en omstandigheden die aanleiding geven om te veronderstellen dat de beschikking of opdracht mede zou kunnen worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten of strafbare feiten te plegen; in de gevallen dat het Openbaar Ministerie op basis van artikel 11 j° 26 van de Wet Bibob wijst op de wenselijkheid om een advies aan te vragen. omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk (bouwen), waarbij de aanneemsom exclusief BTW (bouwkosten) meer bedraagt dan € 500.000 dan wel sprake is van bouwactiviteiten met een aanneemsom exclusief BTW boven € 50.000 welke betrekking hebben op de volgende risicocategorieën: horeca, prostitutie/seksinrichtingen/escortbedrijven, speelautomatenhallen en coffeeshops. B. subsidies: loonkostensubsidie oftewel de aanvulling loonwaarde, indien: sprake is van een bijzonder geval waarbij aanleiding bestaat voor het vermoeden dat de beschikking of opdracht mogelijk mede zou kunnen worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten of strafbare feiten te plegen; de gemeente op andere wijze bekend is met feiten en omstandigheden die aanleiding geven om te veronderstellen dat de beschikking of opdracht mede zou kunnen worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten of strafbare feiten te plegen; in de gevallen dat het Openbaar Ministerie op basis van artikel 11 j° 26 van de Wet Bibob wijst op de wenselijkheid om een advies aan te vragen. Het bestuursorgaan past, met inachtneming van hetgeen in deze beleidsregel daarover is bepaald, eveneens de Wet Bibob toe met betrekking tot de intrekking van de in het eerste lid genoemde beschikkingen respectievelijk de ontbinding van de in het eerste lid genoemde overeenkomsten. Bij opdrachten, zoals bedoeld in het eerste lid, sub b, zal het bestuursorgaan bedingen dat de overeenkomst kan worden ontbonden op gronden ontleend aan de Wet Bibob. Ook kan het bestuursorgaan bedingen dat onderaannemers alleen met toestemming van de gemeente kunnen worden gecontracteerd en dat in dat kader een advies kan worden gevraagd. Het eerste lid is niet van toepassing op aanvragen van andere overheden en semioverheidsorganisaties (o.a. door de minister toegelaten woningcorporaties). Het bestuursorgaan kan bepalen de Wet Bibob niet toe te passen indien het bestuursorgaan in de periode van twee jaar voorafgaand aan de aanvraag aan dezelfde betrokkene eenzelfde vergunning heeft verleend in verband waarmee een vragenlijst als bedoeld in artikel 5 is ingevuld én indien sprake is van een wijziging van ondergeschikte aard.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel