Naar hoofdinhoud
De applicatiebeheerder voorziet in: de communicatie bij storingen in hard- en software; het verzorgen van een logboek waarin bijzondere gebeurtenissen worden bijgehouden; het toekennen van de autorisatieniveaus in overleg met de informatiebeheerder; het bijhouden van een autorisatiedossier; het testen en evalueren van nieuwe versies van het toepassingssysteem, alsmede het testen en evalueren van nieuwe apparatuur; het beoordelen van de gevolgen van de installatie van nieuwe of gewijzigde versies van het toepassingssysteem; het bijhouden van een verzameling van alle problemen en klachten die bij het gebruik van het toepassingssysteem ontstaan; het oplossen van problemen en klachten met het toepassingssysteem; het geven van voorlichting aan alle in artikel 2 genoemde functionarissen over de gevolgen van een nieuwe of gewijzigde versie van het toepassingssysteem; het coördineren van werkzaamheden in geval van uitwijk in overleg met de systeembeheerders; de vormgeving en inhoud van documenten die rechtstreeks worden ontleend aan de BRP; het afhandelen van verzoeken om managementgegevens; het zo spoedig mogelijk oplossen van storingen in het toepassingssysteem

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel