**1..** De zittingsperiode van een commissielid en -voorzitter eindigt in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de raad.
**2..** Een commissielid houdt op lid te zijn als niet meer voldaan wordt aan de in artikel 4, vierde lid, gestelde eisen.
**3..** De fractie kan een commissielid of plaatsvervanger ontslaan.
**4..** De raad kan de commissievoorzitter ontslaan.
**5..** Een commissielid en de commissievoorzitter kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan respectievelijk hun fractie en de raad. De fractievoorzitters berichten de griffier. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd.
**6..** Als door overlijden of ontslag een vacature voor voorzitter ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan.
**7..** Als een fractie niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van commissieleden die op voordracht van die fractie zijn benoemd van rechtswege.
Hoofdstuk 1.
Artikel 5.