**1..** De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen.
**2..** Na de beraadslaging legt de voorzitter het voorstel ter stemming voor. Raadsleden kunnen aantekening in de besluitenlijst vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet niet aan de stemming te hebben deelgenomen.
**3..** De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee. Hij concludeert of het voorstel al dan niet is aangenomen.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 3.
Artikel 18.