Naar hoofdinhoud
1. De grafrechten vervallen: a. door het verlopen van de termijn; b. indien de betaling van een verlenging van een grafrecht niet binnen drie maanden na aanvang van die termijn is geschied; c. indien de rechthebbende – ondanks een aanmaning – in verzuim blijft een op grond van deze verordening op hem rustende verplichting na te komen; d. indien de rechthebbende van een graf is overleden en binnen één jaar nadien door de nabestaanden geen aanwijzing van een opvolger als bedoeld in artikel 18, heeft plaatsgevonden; e. indien de rechthebbende afstand doet van het recht. 2. In de gevallen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen c, d en e, hoeft geen terugbetaling van een deel van de kosten van het grafrecht plaats te vinden. 3. Na het verstrijken van de termijn van het grafrecht wordt de grafbedekking door de gemeente verwijderd. 4. Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking wordt ten minste één jaar voorafgaand aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd per brief aan de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, aan de belanghebbende bekend gemaakt. 5. Wanneer het adres van de rechthebbende of belanghebbende niet bekend is, wordt het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd door middel van een bij het graf te plaatsen mededeling en bij de ingang van de begraafplaats bekend gemaakt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel