1. De bij de ruiming van een graf aanwezige overblijfselen van lijken, worden begraven of verstrooid op een door het college aangewezen gedeelte van de begraafplaats.
2. Het college kan de rechthebbende op een particulier graf toestemming verlenen om de overblijfselen van de overledene die zich bevinden in het graf waarop het uitsluitend recht betrekking heeft, opnieuw te doen begraven in een ander graf.
3. Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf kunnen gedurende een periode van één jaar voor de beëindiging van de grafrusttermijn de beheerder schriftelijk verzoeken bij de ruiming de overblijfselen indien mogelijk bijeen te doen brengen voor herbegraving elders.
4. De rechthebbende van een particulier graf kan de beheerder schriftelijk verzoeken om de overblijfselen te doen verzamelen om deze opnieuw in dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel elders opnieuw te doen begraven. De rechthebbende op een particulier urnengraf of urnennis kan de beheerder vragen de asbus ter beschikking te houden om elders bij te zetten of te doen verstrooien.
5. De kosten welke gemoeid zijn met de werkzaamheden vallende onder de leden 2, 3 en 4 van dit artikel, komen voor rekening van de rechthebbende of gebruiker van het betreffende graf.
Artikel 22
Artikel 22
Onderdeel van Verordening op het gebruik en het beheer van de gemeentelijke begraafplaatsen in de gemeente Hulst