Naar hoofdinhoud
1.. Leden van de commissie kunnen alleen zijn personen die voldoen aan de in artikel 10 van de Gemeentewet gestelde vereisten voor het lidmaatschap van de raad, zulks met uitzondering van het ingezetenschap. 2.. De leden van de commissie mogen geen der in artikel 13 van de Gemeentewet voor de leden van de raad genoemde onverenigbare betrekkingen bekleden. 3.. De leden van de commissie mogen: rechtstreeks nog middellijk een overeenkomst aangaan betreffende goederen of inkomsten behorend tot de beheerstaak van de commissie dan wel deelnemen aan leveringen of aannemingen ten behoeve van de in beheer en exploitatie gegeven accommodaties; geen gift, provisie of beloning aannemen of enig voordeel, hoe genaamd en in welke vorm ook, genieten terzake van de in beheer en exploitatie gegeven accommodaties; 4.. Indien een lid van de commissie zich schuldig maakt aan overtreding van de in het derde lid gestelde verboden, kan hij door burgemeester en wethouders worden geschorst; Burgemeester en wethouders kunnen hem onmiddellijk van zijn lidmaatschap van de commissie vervallen kan verklaren, na de geschorste in de gelegenheid te hebben gesteld zich voor uit zijn midden door de burgemeester aan te wijzen commissie van drie leden te verdedigen. De van zijn lidmaatschap vervallen verklaarde is gedurende twee jaar, te rekenen van het raadsbesluit tot vervallenverklaring van het lidmaatschap, niet tot lid van de commissie benoembaar. Indien burgemeester en wethouders geen aanleiding vinden het lid van zijn lidmaatschap vervallen te verklaren, hefffen zij de schorsing terstond op. De beslissing van burgemeester en wethouders wordt terstond aan de belanghebbende en aan de commissie medegedeeld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel