Het doelmatig en veilig gebruik van de weg wordt aangetast wanneer:
a. de uitweg aansluit op een gebiedsontsluitingsweg of een andere weg met ³ 50km/u (o.a. alle wegen op industrieterreinen);
de uitweg in een binnenbocht wordt aangelegd waarbij de bocht kleiner is dan R=40m;
de uitweg nabij een binnenbocht (R<40m) wordt aangelegd waarbij de afstand tot aan het begin/ einde van de bocht < 5m;
het zicht op, en de uitzicht vanaf, de uitweg slecht is (o.a. afstand tot parkeerplaats is minimaal 2,5m);
de uitweg en/of het parkeren op eigen terrein strijdig is met het bestemmingplan;
de uitweg, binnen de kom, een fietspad kruist en een enkele uitweg breder wordt dan 3m, of een dubbele uitweg breder wordt dan 5m.
Hoofdstuk 2
Artikel 3
Het doelmatig en veilig gebruik van de weg
Onderdeel van Beleidsregels uitwegen