Het college besluit tot beëindiging van de schuldhulpverlening als:
het schuldhulpverleningstraject succesvol is afgerond;
verzoeker in staat is om zijn schulden zelf te regelen dan wel in staat is de schulden zelfstandig te beheren;
de geboden hulpverlening, gelet op de persoonlijke omstandigheden van verzoeker, naar het oordeel van het college niet (langer) passend is;
verzoeker niet langer voldoet aan het bepaalde in artikel 2;
schuldhulpverlening op grond van – zo later is gebleken – onjuiste gegevens aan betrokkene is toegekend, terwijl indien dit ten tijde van de besluitvorming bekend was geweest bij het college, een andere beslissing zou zijn genomen;
verzoeker zijn beschikbare aflossingscapaciteit niet wil gebruiken voor de aflossing van schulden;
verzoeker zich misdraagt ten opzichte van de medewerkers, belast met de werkzaamheden die voortkomen uit het schuldverleningstraject;
de schuldhulpverlening door het college niet langer noodzakelijk wordt geacht;
maximaal drie jaar een traject voor budgetbeheer is doorlopen;
de eigen bijdrage niet wordt betaald.