Voor een ruimtelijke ontwikkeling waar geluidgevoelige objecten mogelijk worden gemaakt, wordt naast toetsing aan de hoofdcriteria genoemd in artikel 110a, lid 5 van de Wet geluidhinder alleen medewerking verleend aan het vaststellen van een hogere waarde dan de voorkeursgrenswaarde voor wegverkeer, railverkeer en industrielawaai, als tevens wordt voldaan aan de volgende locatiespecifieke criteria:
Buiten de bebouwde kom, waarbij:
woningen verspreid gesitueerd worden;
de nieuwbouw ter plaatse dient ter vervanging van bestaande geluidgevoelige bebouwing;
de nieuwbouw een open plaats opvult tussen aanwezige bebouwing;
de nieuwbouw een woning betreft, die noodzakelijk is in het kader van grond- of bedrijfsgebondenheid;
er sprake is van een éénmalige afronding van lintbebebouwing.
Binnen de bebouwde kom, waarbij:
de nieuwbouw een doelmatige akoestische afscherming vervult voor bestaande en nieuw te bouwen geluidgevoelige bestemmingen. De afscheming is doelmatig als bijvoorbeeld voor 12 woningen een hogere waarde wordt aangevraagd, waarbij de geluidsbelasting op ten minste 6 woningen lager wordt.
de nieuwbouw ter plaatse dient ter vervanging van bestaande geluidgevoelige bebouwing;
de nieuwbouw een open plaats opvult tussen aanwezige bebouwing;
de nieuwbouw een woning betreft, die noodzakelijk is in het kader van grond- of bedrijfsgebondenheid;
de locatie is opgenomen in herstructurerings- of inbreidingsplannen.