Voor het in behandeling nemen van de aangifte van een briefadres op grond van artikel 49 van de wet moeten de volgende stukken overgelegd worden:
a. een schriftelijke verklaring van de briefadresgever dat erin wordt toegestemd dat de aanvrager daar een briefadres mag houden;
b. een kopie legitimatiebewijs briefadresgever;
c. een schriftelijke motivering van de aanvrager, waarom hij een briefadres wil;
d. een kopie legitimatiebewijs van de aanvrager;
e. de volledig ingevulde vragenlijsten van zowel de aanvrager als de briefadresgever.
Voor het in behandeling nemen van een aangifte van een briefadres op grond van artikel 67 van de wet is het overleggen van een vragenlijst niet noodzakelijk.