Er wordt vanuit de kernen genummerd en steeds vanaf de hoofdwegen. In de rijrichting geldt dat de gebouwen aan de linkerzijde van de weg oneven en de gebouwen rechts van de weg even worden genummerd. De nummering vindt altijd in een logische volgorde plaats. Er wordt altijd genummerd aan de dichtstbijzijnde openbare weg waaraan de toegang tot het betreffende pand zich bevindt.
Wanneer een nummer ontstaat tussen twee opeenvolgende nummers wordt een huisletter toegevoegd in alfabetische volgorde. Een nummer tussen 8 en 10 zal 8a krijgen, de volgende 8b enzovoort.
Een nummer tussen opeenvolgende nummers waarbij er reeds een huisletter is toegekend krijgt het huisletter met een toevoeging. Deze toevoeging wordt in tegenovergestelde richting genummerd. Een nummer tussen 8 en 8a zal 8a1 krijgen, het nummer tussen 8 en 8a1 zal 8a2 krijgen enzovoort. Een nummer tussen 8a en 8b zal 8b1 krijgen, het nummer tussen 8a en 8b1 zal 8b2 krijgen enzovoort.
Flatgebouwen en complexen (indien deze apart worden genummerd) krijgen een nummer met een toevoeging. De toevoegingen bij flatgebouwen worden zodanig genummerd dat de tientallen de verdieping aangeven en de eentallen het woningnummer. Zijn er meer dan 9 woningen per verdieping, dan worden voor verdiepingen honderdtallen gebruikt. De toevoegingen van complexen worden op één volgend genummerd.
Hoofdstuk 4
Artikel 23
Artikel 23
Onderdeel van Beleidsregels inzake toekennen, intrekken en vernummeren van adressen