Het college trekt een aangewezen individuele parkeerplaats in wanneer:
de in artikel 2 genoemde bestuurder is verhuisd;
de in artikel 2 genoemde bestuurder is overleden;
de in artikel 2 genoemde bestuurder niet langer in het bezit is van een motorvoertuig op meer dan twee wielen of een gehandicaptenvoertuig;
de in artikel 2 genoemde bestuurder niet langer in het bezit is van een rechtsgeldige gehandicaptenparkeerkaart en
uit de medische verklaring van een onafhankelijke medische instantie blijkt dat er niet langer een medische noodzaak aanwezig is om de individuele gehandicaptenparkeerplaats in stand te houden.
Artikel 4
Intrekken individuele gehandicaptenparkeerplaats
Onderdeel van Beleidsregels aanwijzing gehandicaptenparkeerplaatsen 2009