De commissie kan omtrent het in een niet-openbare c.q. besloten vergadering besprokene geheimhouding opleggen. Deze geheimhouding geldt zowel voor de leden, de secretaris als voor de andere personen die ter vergadering aanwezig zijn.
De geheimhouding in lid 1 bedoeld geldt totdat de commissie die opheft.
De voorzitter van de commissie, burgemeester en wethouders en de burgemeester kunnen omtrent de inhoud van de door hen aan de commissie opgelegde stukken aan de leden van de commissie geheimhouding opleggen. Deze geheimhouding geldt ook voor de andere in lid 1 bedoelde personen indien zij van de inhoud van die stukken kennisnemen.
De in lid 3 bedoelde geheimhoudingsplicht geldt totdat het orgaan dat de verplichting heeft opgelegd, dan wel de raad haar opheft.
Stukken, waaromtrent geheimhouding is opgelegd, kunnen bij de secretaris van de commissie worden ingezien door de leden van het college van burgemeester en wethouders.