Naar hoofdinhoud

Artikel 1

- belangenverstrengeling

Onderdeel van Gedragscode Integriteit Raadsleden

Een raads- of commissielid mag zijn invloed en stem niet gebruiken om een persoonlijk belang veilig te stellen of het belang van een ander(e organisatie) bij wie hij een persoonlijke betrokkenheid heeft. Een raads- of commissielid moet actief en uit zichzelf belangenverstrengeling en de schijn van belangenverstrengeling, tegengaan. Een raadslid onthoudt zich alleen van deelname aan de stemming als er sprake is van een beslissing waarbij belangenverstrengeling dreigt; het gaat dan om kwesties waar hij zelf een persoonlijk belang bij heeft, of om kwesties waarbij het gaat om een belang van een individu of organisatie waarbij hij een substantiële betrokkenheid heeft. Een raads- of commissielid onthoudt zich bij beslissingen waarbij belangenverstrengeling dreigt, niet alleen van stemming (zie lid 2) maar ook van de beïnvloeding van de besluitvorming in de andere fases van het besluitvormingsproces.

Rechtspraak bij dit artikel