De raad stelt in het eerste trimester van elke nieuwe raadsperiode de gedragscode vast voor elk van de bestuursorganen: de raad, het college en de burgemeester.
De raad ziet erop toe dat de gedragscodes worden nageleefd.
De raad ziet er in het bijzonder op toe dat de raad, de fracties en de individuele raads- en commissieleden de eigen gedragscode naleven. De griffier ondersteunt de raad hierbij.
Het college ziet er in het bijzonder op toe dat het college en de individuele collegeleden de gedragscode van de wethouders naleven. De gemeentesecretaris ondersteunt het college hierbij.
De burgemeester ziet er in het bijzonder op toe dat hij de gedragscode van de burgemeester naleeft. De gemeentesecretaris en de griffier ondersteunen de burgemeester hierbij.
De raad, het college en de burgemeester leggen jaarlijks een gezamenlijke verklaring af over het functioneren van de drie gedragscodes. De griffier en de gemeentesecretaris ondersteunen hen hierbij.
Een raads- of commissielid dat twijfelt of een handeling die hij wil verrichten of nalaten een overtreding van de code zou kunnen zijn wint, hierover advies in bij de griffier.
Een raads- of commissielid dat vermoedt dat een regel van de gedragscode wordt overtreden door een ander raads- of commissielid, een wethouder of de burgemeester, is gehouden hiervan melding te doen bij de griffier.
In het geval er een concreet vermoeden is dat een raads- of commissielid, een wethouder of de burgemeester een regel van de gedragscode heeft overtreden, kan er opdracht gegeven worden een onderzoek hiernaar te verrichten.
In het geval is komen vast te staan dat er sprake is van overtreding van een regel van de gedragscode dan kan dit leiden tot een sanctie.