Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
a. parkeren:
het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden;
b. houder:
degene die naar de omstandigheden als houder van een voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een motorrijtuig dat is ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 (Stb. 1994, 475) aangehouden register van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het register was ingeschreven;
c. parkeerapparatuur:
parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters, centrale computer en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan.
d. centrale computer: computer van het bedrijf waarmee de gemeente Heerlen een overeenkomst heeft afgesloten, bestemd voor de registratie van parkeerrechten in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren.
e. vergunning: een door het college op grond van de Parkeerverordening verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan een voertuig te parkeren op de daartoe aangewezen parkeerplaatsen.
f. bewonerskraskaart: een vergunning bestemd voor bewoners van bepaalde aangewezen gebieden, ten behoeve van hun bezoek, met dien verstande dat de vergunning slechts geldt voor een op de kraskaart aan te merken datum en tijd.
g. bewonersdagkraskaart: een vergunning bestemd voor bewoners van bepaalde aangewezen gebieden, ten behoeve van hun bezoek, met dien verstande dat de vergunning slechts geldt voor de op de kraskaart aan te merken datum.
Artikel 1