**1..** De bijstandsnorm van gehuwden wordt conform artikel 26 van de wet lager vastgesteld als sprake is van lagere noodzakelijke kosten van het bestaan dan waarin de bijstandsnorm voorziet als gevolg van het kunnen delen van deze kosten met een ander.
**2..** Deze verlaging van de bijstandsnorm blijft achterwege indien:
er uitsluitend sprake is van een medebewoner, waarbij als gevolg van die medebewoning beroepsmatige verzorging volledig of in belangrijke mate achterwege blijft;
er uitsluitend één of meerdere kinderen jonger dan 21 jaar hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning, waarbij per kind sprak is van een inkomen dat lager is dan € 500,- netto per maand;
er uitsluitend sprake is van een inwonende bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de tweede graad, waarbij bij de bloedverwant sprake is van zorgbehoefte en de gehuwden, of één van hen, deze zorg verlenen.
**3..** De verlaging als bedoeld in het eerste lid wordt voor gehuwden bepaald op 10% van de gehuwdennorm.
Hoofdstuk 4
Artikel 5
Verlaging bijstandsnorm voor gehuwden
Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen ingevolge de Wet werk en bijstand