1.1 Definities en begrippen
Alle definities en begrippen die we in deze beleidsregels gebruiken, hebben dezelfde betekenis als in de wet, de Verordening en het Besluit. Voor de lezer is het handig om de definities en begrippen direct op te kunnen zoeken, zonder dat genoemde andere documenten erbij gehaald moeten worden. Daarom is in bijlage 1 een begrippenlijst opgenomen. De begrippenlijst is lang, maar verhoogt de directe leesbaarheid van dit document.
Overal waar we in dit document spreken over ouders bedoelen we ook eventuele pleegouders of verzorgers.
Overal waar we in dit document spreken over hij of zijn bedoelen we ook zij of haar.
1.2 Wat zijn beleidsregels en waarom zijn ze er?
In de beleidsregels Jeugdhulp gemeente Kampen 2015 staat hoe het college van burgemeester en wethouders omgaat met haar bevoegdheden in het kader van de uitvoering van de Jeugdwet. De gemeenteraad van Kampen heeft voor de jeugdhulp de regels vastgelegd in de “Verordening jeugdhulp gemeente Kampen.” Het “Besluit maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp gemeente Kampen 2015” is door het college vastgesteld. De beleidsregels in dit document vormen een uitwerking van en een toelichting op de regels die zijn gesteld in de Verordening en het Besluit.
Het college gaat handelen volgens deze beleidsregels. Maatwerk is hierbij het sleutelwoord. De hulpvraag en de hierbij bevonden passende hulp voor de specifieke situatie zijn richtinggevend.
De beleidsregels jeugdhulp gemeente kampen 2015 is een zogenaamd levend document. Aangezien het veel nieuwe taken betreft, en de uitvoering nog in ontwikkeling is, kan het nodig zijn dat we de beleidsregels op basis van opgedane ervaring aanpassen.
1.3 De Jeugdwet
De Verordening en het Besluit geven uitvoering aan de Jeugdwet. Onder de Jeugdwet is de verantwoordelijkheid van de gemeenten uitgebreid met de provinciale (geïndiceerde) jeugdzorg, de gesloten jeugdzorg, geestelijke gezondheidzorg voor kinderen en jongeren (jeugd-ggz), zorg voor jeugd met een licht verstandelijk beperking (jeugd-lvb), ggz in het kader van het jeugdstrafrecht (forensische zorg), jeugdbescherming en jeugdreclassering.
De Jeugdwet maakt een verandering mogelijk van een stelsel dat is gebaseerd op een wettelijk recht op zorg (aanspraak), naar een stelsel op basis van een voorzieningenplicht voor gemeenten (voorziening). Het doel van het jeugdzorgstelsel blijft onverminderd overeind:
Jeugdigen en ouders krijgen waar nodig tijdig bij hun situatie passende hulp, daarbij wordt zoveel mogelijk de eigen kracht van de jeugdige en het zorgend en probleemoplossend vermogen van het gezin versterkt.
Met de Jeugdwet en de veranderingen die in het jeugdzorgstelsel plaatsvinden, streven we naar een grotere inzet op preventie, tijdige ondersteuning en het versterken van eigen kracht van jeugdigen en hun ouders. Doordat de gemeente verantwoordelijk is voor alle taken op het gebied van jeugdhulp, heeft zij de mogelijkheid een samenhangend stelsel te realiseren. Het gemeentelijk beleid is, artikel 2.1 Jeugdwet, daarbij gericht op:
Preventie en vroege signalering van opgroei-, opvoedings- en psychische problemen en stoornissen.
De-medicaliseren, ontzorgen en normaliseren door onder meer het opvoedkundig klimaat te versterken in gezinnen, wijken, buurten, scholen en voorzieningen als kinderopvang en peuterspeelzalen.
Het bevorderen van de opvoedvaardigheden van ouders en de sociale omgeving, zodat de ouders zoveel mogelijk in staat worden gesteld om zelf de verantwoordelijkheid voor de opvoeding te dragen.
Het inschakelen, herstellen en versterken van het eigen probleemoplossend vermogen van de jeugdige, zijn ouders en zijn sociale omgeving (eigen kracht).
Het bevorderen van de veiligheid van de jeugdige in de opvoedsituatie waarin hij opgroeit.
Integrale hulp aan gezinnen volgens het uitgangspunt: één huishouden, één plan, één regisseur.
De beleidsregels jeugdhulp zijn anders van opzet dan de beleidsregels die gelden bij de Wmo. De reden hiervoor is dat de Jeugdwet ruimte geeft aan de gemeente om voorzieningen op basis van professionele analyse en diagnose te beoordelen. Kampen kiest ervoor om in 2015 aan te sluiten bij de behoefte binnen de jeugdhulpsector om niet alles dicht te regelen met protocollen. Aansluitend bij bovenstaande doelstellingen streven wij creatieve en innovatieve ideeën voor hulp na, die aansluiten bij de vraag van het gezin. Daarvoor zijn beleidsregels die ‘lucht’ geven van belang.
Hulpvragen van jeugdigen en ouders komen via verschillende routes binnen. Er werken veel professionals in het voorveld die het eerste contact en de eerste ondersteuning laagdrempelig kunnen bieden. Indien er meer hulp nodig is dan kan er altijd worden ‘opgeschaald’.
Samen met de partners in het jeugddomein streven we een nauwe samenwerking na om een goed passende vorm van hulp te kunnen bieden. Dat geldt specifiek voor de huisarts, jeugdarts en de medisch specialist, omdat zij op basis van de wet direct kunnen verwijzen naar specialistische jeugdhulp. Dit gaat meestal om verwijzingen naar de (basis) geestelijke gezondheidszorg.
Kampen kiest er niet voor om een eigen gemeentelijk indicatieorgaan in te richten dat volledig los staat van de hulpverlening, zoals in het verleden het geval is geweest. Algemene voorzieningen zijn vrij toegankelijk, iedereen kan er zonder verwijzing of indicatie van gebruik maken. Sommige algemene voorzieningen kennen wel een intake. Voor gezinnen met geen of verminderde regie en problemen op meerdere leefdomeinen kan ondersteuning worden geboden door het Centrum Jeugd en Gezin (CJG). Wanneer deze CJG-professionals constateren dat aanvullende hulp nodig is die zij zelf niet kunnen bieden, dan kunnen zij deze voorziening op maat, via een eenvoudige procedure toekennen. De stappen die reeds gezet zijn met het betreffende gezin zullen hier worden meegenomen in de beoordeling. Zo kan zoveel mogelijk worden voorkomen dat er een voorziening wordt gecreëerd die losstaat van het werk dat daarvoor al is gedaan binnen het gezin.
Het uitgangspunt is om adequate hulp snel en laagdrempelig in de omgeving van de jeugdige en zijn ouders aan te kunnen bieden, (zonder dat daarbij wordt vergeten dat hulp niet het inzetten van een traject betekent en ‘klaar is kees’). Goed leren luisteren naar de hulpvraag van de ouders om in te schatten wat wel én wat niet nodig is, of wat zelf kan worden opgepakt in het gezin, is de norm. Hulp kan worden ingezet door middel van zorg in natura (ZIN) of met een persoonsgebonden budget (PGB).
In de Verordening staat opgenomen dat het college nadere regels stelt met betrekking tot de voorwaarden voor toekenning, de wijze van beoordeling van, en de afwegingsfactoren bij een individuele voorziening. In deze beleidsregels wordt het proces van de toegang tot een maatwerk voorziening vastgelegd.
De Jeugdwet en de Verordening leggen veel bevoegdheden bij het college. De uitvoering hiervan zal namens het college gedaan worden (in mandaat) door het CJG.
1.4 Uitgangspunten beleidsregels Jeugd
Aan de beleidsregels Jeugd van de gemeente Kampen liggen de volgende uitgangspunten ten grondslag:
Van wettelijk recht op zorg naar voorzieningenplicht
De inwoner is de afgelopen decennia, dankzij een wettelijk recht, gewend geraakt aan een overheid en maatschappelijk middenveld dat voor vrijwel elk probleem professionele hulp biedt. Dit ‘loket-denken’ en het daarmee uitbesteden van problemen heeft een duidelijke keerzijde. De inwoner verliest de verantwoordelijkheid voor de oplossing en ziet de eigen mogelijkheden en die van zijn directe omgeving eerder over het hoofd. Dit zorgt voor een toenemende afhankelijkheid van de overheid, stijgende collectieve lasten en een afname van wat inwoners individueel of samen oplossen.
In de Jeugdwet is het wettelijk recht vervangen door Jeugdhulpplicht. Op basis van de Jeugdwet heeft de gemeente de plicht om te zorgen voor een kwantitatief en kwalitatief toereikend aanbod van verschillende vormen van jeugdhulp.
De gemeente zorgt ervoor dat ieder kind dat een vorm van jeugdhulp nodig heeft, deze ook daadwerkelijk krijgt.
Van de gemeente vraagt dit een andere rol: van zorgen vóór naar zorgen dát.
De beleidsregels bevatten dus geen rechten op individuele voorzieningen.
De beleidsregels Jeugdhulp zijn gekanteld
De Jeugdwet hanteert het principe dat een inwoner om te beginnen zelf verantwoordelijk is voor zijn eigen leven en daarmee zijn eigen zelfredzaamheid en participatie. Het lokale beleid stuurt daarom op de eigen kracht van inwoners door het stimuleren van de inwoners om zelf regie te voeren en eigen mogelijkheden te benutten, ongeacht eventuele beperkingen. Ook worden zij gestimuleerd om gebruik te maken van de mogelijkheden in eigen omgeving.
Verschuiving van zware naar lichtere zorg
Het nieuwe Jeugdhulpstelsel geeft de gemeenten de kans om de zorg en ondersteuning veel eerder en dichterbij gezinnen te organiseren, zodat sneller en laagdrempelig de juiste hulp en ondersteuning wordt geboden. De gemeente wil, door er vroeg en adequaat bij te zijn, een verschuiving bewerkstelligen in de zorginzet: van zwaar naar licht, van individuele voorziening naar algemene voorziening. En ook van duur naar goedkoper.
Maatwerk
Bij de uitvoering van de Jeugdwet is maatwerk een belangrijk principe. De beleidsregels zijn dus niet bedoeld om de ruimte van de professional in te beperken. De beleidsregels bevatten richtlijnen die bijdragen aan de transparantie en eenduidigheid bij het verstrekken van individuele voorzieningen.
Beleidsregels Jeugd sluiten aan op regio en lokale ontwikkelingen
De Beleidsregels Jeugdhulp staan niet op zichzelf. Zowel regionaal als lokaal wordt op verschillende manieren gewerkt aan onderwerpen die een relatie of zelfs overlap hebben met de ontwikkeling van dit beleid (bijv. ontwikkeling beleid WMO, Passend onderwijs, participatiewet). Er heeft afstemming met deze processen en de ontwikkelde producten plaats gevonden.
1.5 Toegang jeugdhulp
De gemeente heeft het Centrum voor Jeugd en Gezin Kampen aangewezen als toegang tot de jeugdhulp. De toegang is georganiseerd op basis van het Kamper Kompas. Dit betekent dat binnen het CJG Verkenners aanwezig zijn. Dit zijn daartoe opgeleide professionals die het keukentafelgesprek voeren en samen met de inwoner een plan van aanpak opstellen. De Verkenner organiseert indien nodig (bv. bij multiproblematiek) een netwerkbijeenkomst. Bij enkelvoudige of eenvoudige voorzieningen kan de inwoner direct deze voorziening toegewezen krijgen door de Verkenner. Bij complexere vragen kan de Verkenner zich laten adviseren door specialisten m.b.t. het toekennen van voorzieningen. Bij complexe vragen of multiproblematiek kan de Verkenner voor de uitvoering een Gids toevoegen. Uitgangspunt is dat de inwoner zelf de regie voert. Indien hij of zij dit niet kan of wil, kan de inwoner zich daarin laten bijstaan door een Gids. De Gids is een professional die de inwoner (en diens netwerk) met complexe vragen ondersteunt bij de uitvoering van het plan van aanpak en is het aanspreekpunt voor alle ondersteuning die wordt ingezet.
Mandatering
Het college heeft het CJG gemandateerd voor het voeren van onderzoek bij enkelvoudige en complexe problematiek. De in te zetten hulp (vrijwillig kader) die hieruit voortvloeit, kan vervolgens in zorg in natura of in de vorm van een (PGB) worden ingezet.
Het college heeft het CJG gemandateerd voor het uitvoeren van de wettelijke taken vanuit de Jeugdwet, zoals het opstellen van een beschikking of het goedkeuren van het plan van aanpak omtrent de inzet bij een PGB.
Indien er door de cliënt wordt gekozen voor een PGB, aan de hand van de regels die zijn vastgelegd in de Verordening jeugdhulp gemeente Kampen en de in dit document vastgelegde beleidsregels, zal de Sociale Verzekeringsbank de financiële uitvoering van de PGB op zich nemen.