Het college biedt ten minste elke vier jaar een nota grondbeleid aan. De nota wordt door de raad vastgesteld.
In de nota wordt aandacht besteed aan:
de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de gemeente;
de financiële consequenties van het gevoerde grondbeleid;
de voorraadverwerving en transformatie naar bouwrijpe grond;
de uitgifte van gronden en grondprijzen.
Bij de programmabegroting en de gemeenterekening wordt ingegaan op de uitvoering van de nota grondbeleid en met name op de belangrijkste financiële ontwikkelingen, zoals de actuele prognose van de te verwachten resultaten van de totale grondexploitatie.