Naar hoofdinhoud

Titel 5.

Artikel 25.

Beheer grondexploitaties

Onderdeel van Financiële verordening gemeente Enschede 2012

1.. Het college stelt de specifieke beheersregels voor Grondzaken vast en draagt zorg voor een tijdige actualisatie van deze regels. In de beheersregels legt het college de inrichting en beheer van de (financieel) administratieve processen met betrekking tot de bouwgrond in exploitatie (BIE), de niet in exploitatie genomen grond (NIEGG) en de administratieve complexen vast. 2.. In de planontwikkeling van een project worden de volgende fases onderscheiden: initiatieffase, definitiefase, ontwerpfase, voorbereidingsfase, realisatiefase en nazorgfase. De plan- en onderzoekskosten behorend bij de initiatief- en definitiefase worden gefinancierd uit de door de raad - in het kader van de programmabegroting - daarvoor beschikbare gestelde jaarbudgetten. De werkzaamheden behorend bij de ontwerpfase tot en met de nazorgfase worden gedekt uit het door de raad toegekende krediet voor het project. 3.. Mocht een grondexploitatie na de definitiefase nog niet geopend kunnen worden omdat nog niet is voldaan aan de in de notitie Beheersregels grondexploitatie 2012 genoemde voorwaarden, dan zal hiervoor een separaat voorbereidingskrediet aan de raad worden gevraagd, of zal het project worden afgesloten. 4.. Jaarlijks worden de grondexploitatiebegrotingen, de kredieten, de parameters en de risicoanalyses geactualiseerd en opgenomen in het MPG. De raad stelt het MPG vast inclusief de geactualiseerde grondexploitatiebegrotingen, parameters en kredieten. Naast de jaarlijkse actualisatie van de grondexploitaties in het kader van het MPG wordt een halfjaarlijkse herziening voorgelegd aan B&W. De raad wordt geïnformeerd over de uitkomsten van de halfjaarlijkse herziening van het MPG. 5.. Als de herziening van de grondexploitatiebegroting betrekking heeft op een overschrijding van het krediet van 5% of meer ten opzichte van het laatst vastgestelde krediet in het MPG - met als ondergrens euro 50.000 - wordt hierover verantwoording aan de Raad afgelegd in het MPG. 6.. Als de herziening van de grondexploitatiebegroting betrekking heeft op afwijkingen in programmatische en financiële kaders, dan wordt de herziene grondexploitatie ter besluitvorming aan de raad voorgelegd. 7.. Iedere projectgebonden grondexploitatie wordt afgesloten met een door de raad vast te stellen slotcalculatie. Hierin wordt een inhoudelijke en financiële verantwoording gegeven van het project. Het saldo van de grondexploitatie wordt verrekend met de reserve Grondbedrijf. 8.. Voor het opstellen van een grondexploitatieberekening op basis van de eindwaarde-systematiek worden parameters toegepast voor de berekening van de rentekosten en de kosten- en opbrengstenstijgingen. De opbouw en samenstelling van deze parameters wordt vastgesteld door de raad. De te hanteren parameters worden jaarlijks geactualiseerd en door het college vastgesteld. De raad wordt hier vervolgens over geïnformeerd. 9.. Voor het verrichten van aankopen ten behoeve van toekomstige planontwikkelingen en strategische aankopen wordt - met inachtneming van de spelregels in de Nota weerstandsvermogen en Risicomanagement - door de raad een raamkrediet ter beschikking gesteld. 10.. Nadat de raad in het kader van de concrete planontwikkeling als onderdeel van het totale uitvoeringskrediet voor het project ook een aankoopkrediet beschikbaar heeft gesteld, valt dit deel van het raamkrediet weer vrij en kan opnieuw ingezet worden voor strategische aankopen. In het MPG wordt aan de raad verantwoording afgelegd over het raamkrediet. 11.. De administratieve complexen worden minimaal één keer per jaar geactualiseerd en vastgesteld door de raad als onderdeel van het MPG. 12.. Uitvoering van het complex “Kleine projecten” vindt plaats binnen een door de raad vastgesteld raamkrediet. In het MPG wordt aan de raad verantwoording afgelegd over het raamkrediet. 13.. Het treffen van een afboeking of een voorziening gebeurt bij een geprognosticeerd verlies direct ter grootte van dit volledige verlies. Als sprake is van een voorziening ingericht ter bestrijding van de (verwachte) tekorten in grondexploitaties, dan moet die worden gepresenteerd als een waardecorrectie op de post Bouwgrond in exploitatie (BIE). Deze wijze van verantwoording is naar analogie van de voorziening voor dubieuze debiteuren. 14.. Er wordt pas winst genomen als de gerealiseerde opbrengsten de reeds gemaakte kosten en nog te maken kosten overtreffen. Het verschil daartussen wordt beschouwd als gerealiseerde winst en als zodanig ten laste van het onderhanden werk toegevoegd aan de reserve grondbedrijf.

Rechtspraak bij dit artikel