Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 6

Richtlijnen en limieten uitzettingen

Onderdeel van Treasurystatuut 2014

1.. Overtollige liquide middelen worden, met uitzondering van het zogenaamde drempelbedrag, aangehouden bij ’s Rijks schatkist. 2.. Voor de uitzetting tot aan het zogenaamde drempelbedrag kunnen de volgende producten worden gehanteerd: rekening-courant spaarrekening daggeld deposito’s 3.. Uitzettingen in aandelen zijn niet toegestaan behalve voor zover deze gekocht worden in het kader van de uitoefening van de publieke taak. 4.. Risico's bij uitzettingen conform lid 2 in vastrentende waarden dienen te worden beperkt door slechts uitzettingen met een looptijd van 3 maanden of langer te doen bij financiële ondernemingen die: gevestigd zijn in een lidstaat die ten minste beschikt over een AA-rating afgegeven door ten minste 2 ratingbureaus; voor henzelf of voor de door hen uitgegeven waardepapieren kan aantonen dat ze ten minste over AA-minusrating, afgegeven door ten minste twee ratingbureaus. 5.. Voor uitzettingen met een looptijd van minder dan 3 maanden geldt dat in afwijking van lid 3b een financiële onderneming moet kunnen aantonen dat waardepapieren met ten minste een A-rating, afgegeven door ten minste 2 ratingbureaus.

Rechtspraak bij dit artikel