Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 5.

Autorisatie begroting en investeringskredieten

Onderdeel van Financiële verordening gemeente Wijchen 2016

Begroting 1.. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per Taakveld, per Programma. 2.. Het college draagt er zorg voor dat het saldo van baten en lasten van de individuele programma’s, zoals geautoriseerd in de gemeenteraad, in de (geactualiseerde) begroting niet worden overschreden. 3.. Het college draagt er zorg voor dat de lasten van de taakvelden niet dusdanig worden overschreden dat de realisatie van andere taakvelden binnen hetzelfde programma onder druk komt. 4.. Het college draagt er zorg voor dat wijzigingen op het oorspronkelijke geraamde saldo van baten en lasten in de taakveldenraming, geautoriseerd worden door de raad, indien deze wijzigingen leiden tot een verandering van de omvang van het programmabudget. 5.. In de door het college vast te stellen budgethouders regeling worden de verantwoordelijkheden van de budgethouders en projectleiders vastgelegd, binnen de door de raad vastgelegde budgetten in taakvelden. Investeringskredieten 6.. Onderscheid wordt gemaakt in drie typen investeringen/projecten; Beheersprojecten/vervangingsinvesteringen Bouwgrondexploitaties Overige investeringen 7.. De onder 6a genoemde investeringen hebben tenminste betrekking op de vervanging van ICT, Uitvoeringsprogramma Openbare Werken (wegen, groen, openbare verlichting, baggeren en riool), groot materieel Openbare Werken en Afval infrastructuur. Deze investeringen worden met het vaststellen van de begroting geaccordeerd door de raad en aan het college gemandateerd. 8.. De onder 6b genoemde bouwgrondexploitaties dienen middels een separaat besluit door de raad te worden geautoriseerd en jaarlijks met de nota MPG (Meerjaren Perspectief Grondexploitaties) te worden geactualiseerd. 9.. Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe investeringen onder de noemer 6c, op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wordt verwacht. Overige investeringen onder de noemer 6c zijn aan het college ter afdoening, conform budgethouders regeling. In de begroting zijn de structurele financiële gevolgen opgenomen. 10.. Bij een voorstel tot de kredietaanvraag onder de noemer 6c: autoriseert de raad met het projectplan de scope van het project. Afwijken van de scope van het project of wanneer de investeringsuitgaven de geautoriseerde investeringskredieten overschrijden, worden voorgelegd aan de raad. worden de structurele financiële gevolgen beschreven, in relatie tot hetgeen opgenomen is in de begroting. wordt bij de hoogte van de kredietaanvraag rekening gehouden met een post voor onvoorziene kosten, conform het handboek projecten, welke alleen ingezet mag worden voor zaken die onvoorzienbaar, onontkoombaar en onuitstelbaar zijn en binnen de scope van het project behoren. 11.. Aanbestedingsvoordelen binnen investeringen onder de noemer 6c worden geparkeerd binnen het project en kunnen alleen aangesproken worden, wanneer het doel binnen de scope van het project valt, middels een collegebesluit. Aanbestedingsnadelen leiden tot bijstelling van de aanbesteding, of een raadsbesluit voor extra krediet, of bijstelling van de scope door de Raad. 12.. Er wordt in de programmarapportages gerapporteerd over de stand van zaken en verwachtingen van de kredieten, waarbij voor de investeringen onder noemer 6c specifiek aandacht is voor de besteding van de post onvoorzien en de aanbestedingsresultaten. 13.. Vooraf wordt bij investeringen onder noemer 6c door de raad aangegeven of een afsluitrapportage dient te worden opgesteld, waarin inhoudelijk en financieel conform handboek projecten verantwoording wordt afgelegd.

Rechtspraak bij dit artikel